Posts tonen met het label kennis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kennis. Alle posts tonen

29-11-2010

Recensie: Rubicon - The triumph and tragedy of the Roman Republic

Een korte opwelling van interesse in de oude Romeinen zette me aan tot het lezen van Rubicon - The triumph and tragedy of the Roman Republic. Het boek biedt een goed beeld van de politieke moed, lafheid en hebzucht in het illustere Rijk om de Middellandse Zee. Het deed me twijfelen aan de motieven van huidige 'democratische' heersers, maar wist me uiteindelijk niet voldoende te boeien.

Auteur Tom Holland heeft een way with words, dat is een ding dat zeker is. Ik vind hem zelfs de beste nonfictieschrijver die ik de laatste tijd ben tegengekomen. Hij maakt van elke intrige en machtswisseling in de Romeinse Senaat een klein epos. Toegegeven, dat heeft hij deels te danken aan de Romeinen zelf, die hun jacht naar macht, sociale status en natuurlijk pecunia graag als een grandioze Odyssee zagen. Dat al die ambitie - heel fantasieloos - vaak het meest zichtbaar werd in een tweede villa aan de kust, deed niets af aan hun beeld van zichzelf als personificatie van de ambitieuze en vooral eerzuchtige Republiek.

Daarbij namen machtswellustelingen het dikwijls niet zo nauw met de oorspronkelijke, lovenswaardige uitgangspunten van de Republiek. Achterbaks gesjoemel werd verheven tot volkssport en karrenvrachten met omkoopgelden deden de ronde. En als geld niet voldeed, ging men net zo makkelijk over lijken. Handlangers verspreidden bijvoorbeeld lasterpraat over een opponent onder het arme en ontevreden volk, dat in een mum van tijd veranderde in een moordende menigte. Het was zoeken naar senatoren en gouverneurs die het belang van het volk voorop hadden staan. Niet in de laatste plaats omdat hun weigering om elitaire konten te kussen een politieke carrière in de weg stond.

De volgende quote vat veel van het boek mooi samen:
"Throughout the centuries of the Republic's history, its great men had sought to win glory, and to do their enemies down. Nothing had changed over the years save the scale of opportunities on offer and the scope for mutual destruction that they had brought. [...] 'By know,' wrote Petronius of the Republic's last generation, 'the conquering Roman had the whole world in his hand, the sea, the land, the course of the stars. But still he wanted more. [...] Pompey and Caesar, Rome's greatest conquerors, had won resources for themselves beyond the imaginings of previous generations. Now [...] either man had the capability to destroy the Republic." (p.301-302)
Hoe meer macht bijeenkomt in een persoon, hoe meer mogelijkheden en vrijheid die persoon heeft om de boel danig te verknallen. Een zijweg: Zien we tegenwoordig hetzelfde gebeuren met de VS? Het momentum is verdwenen en het land gaat na een reeks verkeerde politieke beslissingen bergafwaarts, zo lijkt het. Maar schijn bedriegt mogelijk, en over de oorzaken van het verdwijnen van machtige rijken zijn met reden hele boeken volgeschreven, dus tot zover deze zijweg.

Het boek beslaat veel gebeurtenissen in zijn 388 pagina's en eindigt met de dood van de eerste keizer, Augustus. Ondanks Tom Hollands vaardigheid met het toetsenbord zijn alle verwikkelingen in eerste instantie fascinerend, daarna meer van hetzelfde en uiteindelijk doodvermoeiend. Dat ligt in belangrijke mate aan ondergetekende; ik heb nooit veel geduld gehad met politiek gekonkel. Het voornaamste gevoel dat me besluipt tijdens het lezen van Rubicon, is het bange vermoeden dat huidige machthebbers net zo nietsontziend te werk gaan als de generaals, senatoren en keizers van 2000 jaar geleden. Jupiter helpe ons!

29-07-2010

Recensie: With the Old Breed: At Peleliu and Okinawa

Haal eerst even diep adem, en stel je dan het volgende voor: Je gaat met een paar duizend piepjonge soldaten aan land op een eiland van enkele vierkante kilometers groot. Je weet dat er duizenden Japanners je opwachten in grotten en bunkers. Ze zijn gehersenspoeld om jou met hart en ziel te haten. Er is te weinig drinkwater, terwijl de zon als een genadeloze hittelamp aan de hemel staat. De grond is van hard en scherp koraal, de weinige bomen zijn al door granaten gekortwiekt.

Overal om je heen liggen lijken van dode vijanden; alle stadia van ontbinding voltrekken zich voor je ogen. De misselijkmakende lucht die de lichamen verspreiden wordt vermengd met die van weggegooide rantsoenen en uitwerpselen. Zoals heel veel andere soldaten lijdt je aan diarree, maar de grond is te hard om je behoefte te kunnen begraven. Een verkoelend windje betekent slechts meer walgelijke stank. Het aantal grote, dikke bromvliegen - veel groter dan de huisvlieg - is geëxplodeerd sinds de gevechten begonnen. Je ziet ze van dode lichamen naar jouw zonet bereide maaltje vliegen. Ze zijn zo lui en volgevreten dat ze zich niet meer laten wegjagen, dus je plukt ze één voor één uit je bord. Je hebt overal jeuk en hebt een dikke laag olie, zweet en stof op elke centimeter van je lichaam. Al weken heb je je niet kunnen wassen of voldoende kunnen slapen. Toch moet je hyperalert blijven.

Overdag schieten Japanse mortieren en scherpschutters op alles wat beweegt, 's nachts sluipen infiltranten rond om schreeuwend en met een bajonet zwaaiend in schuttersputjes te springen... wie weet in de jouwe. Het geluid van de dierlijke kreten tijdens deze wanhopige gevechten, maar ook de onophoudelijke artilleriebombardementen maken je knettergek. Terwijl er om je heen zoveel granaten ontploffen dat je slechts een oorverdovend, continu geraas hoort, heb je het gevoel dat je ieder moment je verstand kunt verliezen. Tegelijkertijd voel je bij jezelf de redeloze haat tegenover de vijand toenemen, zozeer dat je uiteindelijk ook overgaat tot het uit monden hakken van gouden tanden bij dode Japanners. Hoe verder de strijd vordert, hoe minder vrienden je overhoudt - ze worden gewond of dood afgevoerd. Je hebt het gevoel dat je de Russische roulette zelf niet lang meer kunt ontlopen.

Dit was het eiland Peleliu voor Eugene "Sledgehammer" Sledge, soldaat van het United States Marine Corps. Zijn verslag van zijn training en inzet op Peleliu en Okinawa vormde een belangrijke bron van informatie voor de HBO-miniserie The Pacific. Hoewel de miniserie me wat tegenviel door een gebrek aan (emotionele) diepgang, was ik benieuwd naar het persoonlijke frontverslag van deze jonge soldaat. Zoveel zijn er namelijk niet over WOII, laat staan de campagne in de Grote Oceaan. Pas tijdens en na de Vietnamoorlog nam de publicatie van memoires een grote vlucht.

Ik ben halverwege de in totaal 344 pagina's. Peleliu is nog niet ontdaan van de laatste Japanners en de landing op Okinawa moet nog plaatsvinden, maar Sledge is er nu al in geslaagd me nog meer te laten doordringen van de zinloosheid van oorlog. De passage over een intelligente Marine die Sledge toevertrouwt dat hij graag neuroloog wil worden omdat de menselijke geest hem fascineert, maar die tragisch sneuvelt, vat de hele tragedie perfect samen. Het boek is soms hartverwarmend als Sledge verhaalt over de kameraadschap tussen de Marines, bij vlagen zelfs poëtisch, maar altijd gedetailleerd en informatief, spijkerhard en vooral heel erg eerlijk.

17-03-2010

Brekend wetenschapsnieuws!

Op NU.nl: Hoofdtooi dwergalken geëvolueerd als detectiezintuig! Even verderop: "Uit infraroodopnames is gebleken dat de geoorde dwergalk zijn hoofd bijna drie keer zo vaak stoot als de veren vastgeplakt zitten." Zie je het ook voor je, inclusief de geconcentreerd turfende witte jassen?

Wetenschap is soms onbedoeld grappig.

07-01-2010

Tijdloze kunst


Mooi hè, deze beeldjes van klei? Ze zouden deze of vorige eeuw gemaakt kunnen zijn door een beeldend kunstenaar. Niets Is Echter Minder Waar: iemand van de Hamangia-cultuur haalde ze 6600 tot 7000 jaar geleden uit het vuur en legde ze in een graf.

Dat gebeurde op de plaats waar nu het stadje Cernavodă in het huidige Roemenië ligt. De vondst naast een dode roept vragen op. Peinst of rouwt de mannelijke figuur? Maakt dat wat uit? Is de vrouwelijke figuur de gestorvene? Of juist de man? Helaas weet ik niet of de beeldjes naast het stoffelijk overschot van een man of een vrouw zijn aangetroffen. Misschien dat de tentoonstelling in New York daar meer licht op werpt. Dát is nou een collectie die ik met eigen ogen wil zien! Nog liever zou ik een replica van dit kunstwerk willen hebben om mijn wat kale woonkamer op te sieren. De combinatie van de ouderdom, context, ambivalente houding en mooie lijnen brengt heel wat meer bij me teweeg dan de gemiddelde vaas met bloemen.

Ik heb een voorliefde voor écht oude geschiedenis. Zo vanaf het begin van de Egyptische beschaving vind ik het allemaal wat uitgekauwd en belegen worden. Onterecht natuurlijk, maar bedenk eens het volgende: de Denker en zijn Gezellin werden in een tijd gemaakt waarin het schrift nog moest worden uitgevonden, paarden voor het eerst werden getemd en het nog 2000 jaar zou duren voor de beroemde piramides van Gizeh verrezen. Van jodendom, Grieken of Romeinen had nog niemand zelfs maar gehoord. Het stamt ook uit een gebied dat samen met Mesopotamië en de Indusvallei de bakermat van de beschaving kan worden genoemd en waar de eerste steden ontstonden. Nederland was daarentegen niet meer dan een zompige rivierdelta met her en der een visserskamp.

Toch is de Denker & Co. absoluut niet het eerste kunstwerk. De grotschilderingen van Lascaux zijn van 16.000 jaar geleden. De Leeuwmens van Hohlenstein-Stadel is zelfs 32.000 jaar oud. En de bevallige Venus van Hohle Fels is waarschijnlijk nog een paar millennia ouder. Rond die tijd begon de mens kunst te maken. Waar kwam die eerste creatieve vonk vandaan? Wat was de drijvende kracht? Persoonlijke spiritualiteit, verwondering, ontzag, religie, liefde voor de overledenen of 'gewoon' de wens om iets moois te maken? Men werd destijds gemiddeld niet oud, zo'n jaar of 40, dus misschien speelde het verlangen om iets blijvends op deze wereld achter te laten een rol.

Met speculeren kom je niet zo ver, net als met smijten met indrukwekkende dateringen. Perioden kunnen zo groot worden dat ze nog maar weinig betekenen. Wat meer tot de verbeelding spreekt, is de simpele observatie dat onze verre voorouders net als wij de drang hadden om een idee creatief uit te beelden. Ze leefden bijna compleet anders, maar zagen tussen het jagen, verzamelen en stoeien met sabeltandtijgers door kans om iets moois uit een stuk ivoor, hout of ander materiaal te scheppen. Net als jij, als je een prachtige foto schiet, of stift, kwast of Photoshop-penseel ter hand neemt. Iets bijzonders uit niets bijzonders – de eenvoudigste definitie van kunst?

23-12-2009

Recensie: The Birth of Satan

Ik heb een leuke mededeling, zo met de Kerst: De duivel is een verzinsel, hij is niet echt! Het is een karakter die in het leven is geroepen om het kwaad een gezicht te geven. Tenminste, dat is een conclusie die na het lezen van het boek The Birth of Satan - Tracing the Devil's biblical roots (2005) kan worden bereikt. En de schrijvers zijn nog christen ook, zoals ze in het voorwoord uitleggen.

Gregory Mobley is namelijk een protestantse docent Oude Testament aan Andover Newton Theological School. Co-auteur T.J. Wray is een rooms-katholiek en doceert Religiestudies aan de Salve Regina University. Hun boek windt er geen doekjes om: De boosaardige tegenstrever van God is gedestilleerd uit karakters uit Egyptische, Kanaänitische, Mesopotamische en Perzische religies en mythen. Vervolgens waren ingrijpende omstandigheden over een periode van vele eeuwen een katalysator voor Satans populariteit bij Joden en christenen. In hun beknopte boek zetten de schrijvers vele tientallen passages over de duivel (of soortgelijke schepsels) op een rij en plaatsen ze in context, waardoor er een handig overzicht ontstaat van het ontstaan van deze controversiële figuur.

Satan vóór de ballingschap
Globaal zijn de boeken van het Oude Testament in te delen in twee periodes: pre- en post-ballingschap. In de pre-ballingschapsperiode bestond de duivel zoals we hem nu kennen nog niet. God was zowel de leverancier van goed als van kwaad. Elders worden in het OT aardse tegenstanders met de term satan of hassatan aangeduid, wat dan zoveel betekent als, jawel, tegenstander. Verder staat het eerste deel van de Bijbel vol met verwijzingen naar door God aangestuurde wezens met lugubere taken (de Verderver, de Engel des Doods) en andere moordlustige en angstwekkende types (de slang, Molech, Leviathan), vaak producten van regionale mythologie en folklore. Deze beelden zouden later bijdragen aan het beeld van Satan.

Satan na de ballingschap
De traumatische deportatie van de Joodse elite naar Babylon in de zesde eeuw voor onze jaartelling had een grote impact, zeker op religieus gebied. De Joden maakten in Babylon namelijk kennis met het religieuze dualisme van het daar populaire zoroastrianisme: de wereld is verwikkeld in een constante strijd tussen goed (in de persoon van Ahura Mazda, de Wijze Heer) en kwaad (Ahriman, de Boze Geest). Deze theologie verschafte een uitweg uit de impasse waar het jodendom zich als speelbal van diverse tirannen in bevond. Absoluut dieptepunt en de spreekwoordelijke druppel was de ballingschap. Waarom deed Yahweh zijn geliefde volk dit allemaal aan? Van het oude verbond tussen de Joden en hun god leek niet veel meer over te zijn. Misschien waren er andere, duistere krachten aan het werk?

Satan wordt een soort bliksemafleider, een zondebok voor al het onheil dat het Joodse volk overkomt. Yahweh wordt zodoende gespaard. Eerder gebeurde dat volgens de auteurs al in mindere mate door hemelse tuchtigingen aan de 'Hand van God' toe te schrijven in plaats van aan God zelf. De boeken die tijdens en na de ballingschap werden geschreven, zoals Job, Zacharia en 1 Kronieken, bevatten voor het eerst een herkenbaar, bovennatuurlijk personage met de rol van aanklager en uitdeler van beproevingen. Daarvóór stond het woord satan zoals gezegd slechts voor de rol van tegenstander of obstakel. In Job is de duivel een gehoorzame dienaar aan het hemelse hof die een bak ellende over de arme Job uitstort, precies zoals hem door God wordt opgedragen. In de na de ballingschap welig tierende apocalyptische literatuur (o.a. de boeken Daniël, Jubileeën en Enoch) krijgt Satan een nog grotere en machtigere rol als rebel met eigen snode plannen. Het dualisme krijgt verder vorm, zou je kunnen zeggen.

Satan in het Nieuwe Testament
Pas in het Nieuwe Testament wordt Satan wie hij nu is. In de evangeliën is hij de aartsvijand van Jezus. De twee zijn samen met hun hulptroepen – engelen en demonen – verwikkeld in een felle strijd om op aarde een geestelijk koninkrijk te stichten. De invloed van apocalyptische literatuur is duidelijk. Apostel Paulus gaat verderop in het NT in zijn brieven niet zozeer in op Satans rol als kosmische tegenstrever van God, maar stelt hem liever gelijk aan de wereld buiten de kerk, en dan in het bijzonder aan zijn criticasters en rivaliserende religieuze leiders. Hiermee schept hij helaas een jammerlijk precedent dat later voor veel ellende zou zorgen, net als de schrijver van het Evangelie van Johannes, die de Joden satanisch noemt. Als Paulus eens wist dat enkele van de (tientallen, honderden?) brieven die hij schreef 2000 jaar lang als heilige teksten gekoesterd zouden worden, had hij dingen misschien iets anders verwoord...

In het waanzinnige apocalyptische boek Openbaringen ("If written today, we would deem it a horror story or dark fantasy", p.137) is Satan pas echt op de top van zijn boosaardige kunnen. Hij is nu de "Titan of Evil", zoals Wray en Mobley hem meermalen noemen. Als aanvoerder van een leger van demonen trekt hij ten strijde tegen de hemelse machten. Het is strijd en bloed en vuur en mythische chaosmonsters wat de klok slaat. Dit alles culmineert in een grande finale à la Zoroaster waarin de duivel wordt verslagen en het goede overwint. Het is goed te zien dat dit bijbelboek (deels) geschreven werd tijdens een periode van vervolging door, en intense haat jegens het Romeinse Rijk. Uitermate fascinerend leesvoer tijdens saaie kerkdiensten, kan ik u vertellen. Zelfs voor iemand die meer met sciencefiction heeft dan met fantasy!

Geen meesterwerk
Helaas is The Birth of Satan maar matig geschreven. De tekst loopt niet lekker, de (chronologische) lijn is vaak lastig te volgen en bepaalde claims hadden beter onderbouwd mogen worden. Voorbeeld: De behoefte aan een bevredigendere theodicee (als 'religious coping mechanism') als verklaring voor de introductie van Satan in het jodendom verdient een grondiger toelichting, passend bij de sleutelrol die het in het boek vervult. Ondanks de beperkte ruimte is er veel herhaling en zijn er in een poging het onderwerp 'hip' te maken zelfs zinloze verwijzingen naar de film Constantine toegevoegd. Inderdaad, die belabberde met Keanu "Single Facial Expression" Reeves. Hoe dan ook, 200 pagina's zijn niet genoeg om het veelomvattende onderwerp Satan te behandelen, zeker niet voor deze schrijvers. Het boek kan ondanks de fragmentarische structuur en het summiere karakter als naslagwerk functioneren, mede dankzij de handige samenvattingen aan het einde van ieder hoofdstuk. Bibliografie en voetnoten laten weinig te wensen over.

De conclusie in het laatste hoofstuk is wat tam. Na al het bewijs dat het boek presenteert, mogen de auteurs best een wat steviger stelling innemen als het gaat om de onwaarschijnlijkheid van het bestaan van de duivel. In plaats daarvan stellen ze erg genuanceerd (misschien om hun banen niet in gevaar te brengen?) dat Satan een functie heeft als symbool van het kwaad, en dat de kosmische strijdmythe mensen kan inspireren in hun gevecht tegen onrecht en andere ellende. Hoewel ik het met de schrijvers eens ben dat zo'n functie zijn waarde heeft, vind ik wel dat vage begrippen als Satan en het kwaad op praktischer niveau resoluut naar de achtergrond geschoven dienen te worden. Ze zorgen vooral voor verwarring en zinloze en gevaarlijke generalisaties. Gelukkig zie ik veel maatschappelijk en anderszins betrokken christenen die zich niet verliezen in prietpraat over 'geestelijke strijd' en liever gerichte actie ondernemen. Waarvoor hulde.

Persoonlijke anekdote
Zelf kon ik vroeger bijzonder weinig met de duivel, ook nadat ik hem mentaal had ontdaan van zijn cartooneske voorkomen met horens, rode huid en bokkenpoten (een uitdossing die volgens het boek terug te voeren is op de Griekse god Pan en de Kanaänitische demon Habayu). Het concept 'God' is toch een stuk intuïtiever, wellicht dankzij aansprekende predikaten als Hemelse Vader en Schepper. De duivel staat echter symbool voor alles wat eng, naar en vervelend is. Daardoor ontstaat een nogal abstract personage, dat, afhankelijk van de gelovige, te pas en te onpas op onwenselijke zaken kan worden geprojecteerd. Actueel voorbeeld: Toen Rage Against the Machine "Killing in the name of...!" brulde, plakte ik daar als jochie "...the Devil!" achter, gebaseerd op een behoorlijk achterlijk boekje over duivelse invloeden in popmuziek en mijn eigen ontzag voor woeste rockers.

Lezersvraag
De duivel is een personage dat door de eeuwen heen gaandeweg tot wasdom kwam. Dat is mij in ieder geval duidelijk na het lezen van The Birth of Satan. Hij maakt in de Bijbel een veel duidelijker ontwikkeling door dan God of de engelen. Zelfs christenen kunnen daar moeilijk omheen. Wat ik me nu afvraag is of een christendom zonder kosmische tegenstander mogelijk is. De auteurs denken van wel, zo geven ze aan het einde tussen de regels door te kennen. Ik heb die indruk ook, want veel christenen die ik ken schijnen prima te kunnen geloven zonder veel aandacht te schenken aan Satan. Ik zou graag willen weten wat mijn 2,8 lezers hiervan vinden. In welke mate houd jij rekening met de duivel? En is een christendom, of beter, een leven zonder symbolen van het kwaad mogelijk?

13-10-2009

Recensie: The Reluctant Mr. Darwin

Darwin en Calvijn: we worden dit jaar met beide heren doodgegooid, zeker als je zoals ik de website van Trouw leest. Ik moet toegeven dat ik niet veel over Calvijn weet; misschien komt dat nog. Over Darwin weet ik na het lezen van het goed geschreven The Reluctant Mr. Darwin van David Quammen in ieder geval iets meer.

Allereerst: leve de geschiedschrijving (en biografieën)! Als je erbij stilstaat, is het is het eigenlijk een enorm voorrecht om te kunnen lezen hoe een nieuwe theorie stukje bij beetje het levenslicht zag. Zonder boeken zie je als mens gedurende je leven alleen fragmenten en kleine aanwijzingen van grote veranderingen.

Het aantrekkelijke aan The Reluctant Mr. Darwin is dat het een kijkje in het persoonlijke leven van Charles Robert Darwin (1809–1882) combineert met zo'n fascinerende ontstaansgeschiedenis. Het boek beperkt zich grotendeels tot de periode van na De Reis tot aan de publicatie van Het Boek, wat een heel leesbare en relatief beknopte beschrijving van de man achter de mythe oplevert. Darwin blijkt een consciëntieuze, rustige gentleman te zijn geweest, die ondanks zijn voorzichtigheid een ambitieuze, originele denker met lef was. En dat was ook wel nodig om een theorie als de zijne te verkondigen.

In de 19e eeuw was intellectuele ontevredenheid met religieuze dogma's een voorname bron van wetenschappelijke vooruitgang. Darwin werd bijvoorbeeld zeer beïnvloed door Lyells nieuwe theorie van het uniformitarianisme. De geoloog stelde dat het catastrofisme (de theorie dat grote rampen, met de zondvloed als voornaamste, de wereld vormden) niet de beste verklaring was voor wat hij waarnam. Het was beter om de huidige situatie als sleutel naar het verleden te zien. Wat nu gebeurt, gebeurde altijd al. Of, om met de Prediker te spreken: er is niets nieuws onder de zon. De denkwijze van Lyell vroeg tegelijkertijd om een veel grotere geologische tijdschaal dan tot dan toe gebruikelijk was.

De theorie
Tijdens zijn beroemde reis met het schip de Beagle zag Darwin dat dierenpopulaties die vrijwel (of geheel) geïsoleerd op eilanden leefden, andere kenmerken dan soortgenoten elders begonnen te vertonen. Ten eerste verwonderde hij zich over het proces achter die diversificatie, maar ten tweede peinsde hij: "Als die veranderingen zich nou eens opstapelen over hele lange (Lyelliaanse) perioden, zouden er dan uiteindelijk geen nieuwe soorten ontstaan?" Dat week nogal af van het heersende idee dat God elke diersoort apart op de aarde had gezet. Dat besefte Darwin, en hij ging zeer voorzichtig aan de slag; er zat meer dan 20 jaar tussen zijn eerste vermoeden dat soorten in elkaar overlopen tot de publicatie van The Origin Of Species.

Omdat de genetica nog niet bestond, stond in het boek geen écht hard bewijs voor evolutie, maar Darwin wist met biogeografie (studie van de geografische verdeling van soorten), paleontologie (studie van fossielen), embryologie (studie van de ontwikkeling van embryo's) en morfologie (studie van de vorm en structuur van organismen) toch een hele sterke case te bouwen. Daarnaast was wat Darwin als dé drijvende kracht achter evolutie zag, natuurlijke selectie oftewel "survival of the fittest", ook vrij eenvoudig te beargumenteren. Toen het boek uitkwam, barstte de hel los, precies zoals Darwin verwachtte. Ook zijn tegenstanders zagen wel dat zijn theorie te veel potentie had en te goed onderbouwd was om als onzin terzijde te schuiven.

De gevolgen
Het duurde echter nog decennia totdat het wetenschappelijke establishment overtuigd was van Darwins gelijk. Dat kwam niet in de laatste plaats omdat het idee dat evolutie blind te werk lijkt te gaan, veel mensen tegen de borst stuitte. Zoals van een puur wetenschappelijk idee verwacht mag worden, is de evolutietheorie materialistisch en a-religieus. Er zit geen doel of richting in, alles is het gevolg van druk van de omgeving, competitie tussen organismen en de daaruit volgende kille selectie. Het allercontroversieelste was nog wel dat mensen volgens Darwin gewoon in die chaotische boom des levens thuishoren. Als agnost zat hij daar zelf niet zo mee; hij vond het juist indrukwekkend dat uit al die strijd en willekeur zulke prachtige levensvormen konden voortkomen.

Zijn diepgelovige vrouw Emma maakte zich echter grote zorgen over zijn zielenheil en schreef hem dat ze vreesde in het hiernamaals voor eeuwig van hem gescheiden te worden. De twee hielden veel van elkaar, en Darwin leed erg onder de gemeende zorgen van Emma. Hij bewaarde de brief zijn leven lang, en krabbelde naast haar ontboezeming: "Note, after I am gone, how many times I have kissed and cried over this." Aangrijpend. De botsing tussen wetenschap en religie in het klein? Misschien, maar in de kern was het een geval van twee verschillende wereldvisies op één kussen. Zij gelooft, hij niet. Het mooie is dat dit toch vrij fundamentele verschil van mening geen afbreuk deed aan de hechte relatie tussen Charles en Emma. Love conquers all. Een mooie, sentimentele noot om op te eindigen.

Epiloog (jaja...)
Hoe onzinnig ook, ik kan de verleiding niet weerstaan om me af te vragen wie nu het meeste heeft bijgedragen aan 'de mensheid', Calvijn of Darwin. Calvijn was een aanjager van de Reformatie en daarmee een nieuwe, kritischer manier van denken. Uit dat onafhankelijke klimaat, waarin ruimte was voor afwijkende meningen, kwam indirect de wetenschappelijke traditie voort waarin Darwin opereerde. Hoe enorm de invloed van de Reformatie ook was, het enige wat Calvijn & Co. deden was overgeleverde religie anders interpreteren. Oude wijn in nieuwe zakken.

Darwin zorgde daarentegen voor een ware revolutie in het kijken naar de wereld en onszelf. Door zijn werk realiseren we ons dat we intens verbonden zijn met —en dus afhankelijk zijn van— de natuur, als een radertje in het grote geheel. Een nederigmakende observatie die in het traditionele christendom eigenlijk ontbrak. Wel handig nu er bijna 7 miljard van ons zijn. Buiten dat waardeer ik Darwin net als alle andere wetenschappers om het feit dat ze hun leven wijdden aan het vermeerderen van onze collectieve kennis. Misschien kunnen ze niet anders, is het een roeping die ze zelf niet begrijpen, maar het is en blijft monnikenwerk dat decennia kan duren, met een hoogst onzeker resultaat. Ga er maar aan staan.

22-07-2009

Recensie: On the Road & Trilobite

Met pijn in het hart en een gevoel van schaamte leg ik twee boeken opzij. Ik kom maar niet door On the Road en Trilobite heen. Het moment is aangebroken om de handdoek in de ring te gooien. De liefde voor het lezen mag niet onder een paar taaie boeken lijden. Toch twee korte recensies.

ON THE ROAD
De kans is groot dat u al eerder van dit werk van Jack Kerouac gehoord heeft. De mythische status van het boek was ook de reden dat ik hem kocht. Het is één groot reisverslag, geschreven als een gedachtenstroom. De vertelvorm geeft de geestesgesteldheid van Kerouac en zijn vrolijke kornuiten weer: het leven is voor deze 'beatniks' een zoeken naar een doel, het geluk, een bestemming. Avonturen volgen elkaar in rap tempo op, nergens wordt te lang bij stilgestaan door Sal Paradise, de zwaar melancholische verteller.

Dat is meteen het probleem van het boek: op de helft is nog steeds geen plot te onderscheiden. In elke plaats gebeurt ongeveer hetzelfde (men wordt dronken, gebruikt wat drugs, rotzooit met vrouwen) en de route wordt bevolkt door "sad and sweet kids", als je Sal moet geloven. Al zijn medereizigers zijn oneindig interessant en diepzinnig en vrijgevochten. Toch ligt desillusie ligt op de loer en op de helft weet je als oplettende lezer wel waar het naartoe gaat. De zin om daar daadwerkelijk te belanden was er bij mij op een gegeven moment echter af.

Het moet gezegd worden dat Kerouac met zijn treffende sfeertekening het onzekere reizende bestaan tot leven laat komen; geen enkele man in z'n twintiger jaren zal zonder jaloezie kennisnemen van de wederwaardigheden van deze groep vrijbuiters. Ik sluit niet uit dat ik deze klassieker (op dit moment verfilmd door Walter Salles (o.a. The Motorcycle Diaries)), nog eens ter hand neem. Misschien als ik op het punt sta 30 te worden...

TRILOBITE: EYEWITNESS TO EVOLUTION
De volgende quote van de Britse paleontoloog en schrijver Richard A. Fortey is veelzeggend: "I'd like to return to the atmosphere of the 19th century, when science was seen as romantic and people wrote books with titles like ‘The Romance of Stones'." Uit het boek van Fortey ademt deze liefde voor de romantische kant van de wetenschap: het wroeten in de grond en het nauwkeurig vergelijken van honderden fossielen in stoffige kabinetten van gerenommeerde universiteiten. Deze man is verliefd op zijn specialisme, de trilobiet, een tor-achtig beestje dat ongeveer 500 miljoen jaar geleden op de bodem van de oceaan rondkroop.

Zoals bij veel andere populair-wetenschappelijke boeken gebruikt Fortey een favoriet onderwerp als kapstok om er een heel verhaal over geologie, evolutie en de wetenschap in het algemeen aan op te hangen. Zo wordt onder meer duidelijk hoe competitief en achterbaks het academische wereldje kan zijn, met geleerden die te trots zijn om hun ongelijk toe te geven en hun 'tegenstanders' liever en publique beledigen. Oud nieuws, maar leuk gebracht door Fortey. Een feitje waar ik echter wél enorm van opkeek is dat trilobieten ogen van kristal hadden. Ja, je leest het goed. Als enige diersoort ooit hadden ze geen ogen van organisch materiaal, maar van doorzichtig, keihard calciet. Een fantastisch voorbeeld van de vreemde routes die het leven kan nemen.

Ook vermeldenswaardig is Fortey's theorie over de raadselachtige Cambrische Explosie, een periode waarin er in korte tijd (70-80 miljoen jaar) opeens veel nieuwe groepen organismen ten tonele verschenen, de ene nog bizarder dan de ander. Of zo lijkt het, tenminste. Volgens Fortey was er geen sprake van plotseling toegenomen groepenvorming door versnelde evolutie, maar van versnelde groei van bestaande soorten. Om de groei van de weekdiertjes letterlijk te ondersteunen, werd het bezitten van een uitwendig skelet (lees: schelp) van belang. Pas toen die skeletten verschenen, lieten dode dieren fossielen achter, waardoor de illusie van een explosie van soorten werd gewekt. Boeiend, boeiend.

Datzelfde kan niet gezegd worden over trilobieten in het algemeen. Behalve wanneer je die beesten decennia lang bestudeerd hebt, zijn ze niet interessant genoeg voor een heel boek. Veel recensenten op het web zijn het me me oneens, maar Richard, old boy, I'm terribly sorry that I don't share your passion. Now, let's have another cup of tea, shall we?

19-05-2009

De wonderen der astrofotografie

Waarom doen plaatjes uit de ruimte mij en anderen zoveel? De afgelopen week kwamen er weer juweeltjes van foto's voorbij in het nieuws; niemand mag ze missen, vandaar dat ik hier naar ze link.
Get your geek on!


De bemanning van Space Shuttle Atlantis mocht de Hubble ruimtetelescoop gaan renoveren (foto's van het ding vanuit de Shuttle). Het gerepareer leverde heel wat slaapverwekkende live-beelden op op NASA TV. Denk dat ik nog niet geeky genoeg ben om zo'n video helemaal uit te zitten. "Hey Mike, mag ik de schroevendraaier voor unit 138?" "Moet je eerst klep Bravo Tango 452 opendoen." "Okay Mike." Etcetera. En dat uren achtereen.

Waar ik echter wel warm van werd, waren de foto's die spacefotograaf Thierry Lagault met een draagbare telescoop en een goede digitale camera maakte. Op de foto's is te zien hoe de Space Shuttle en de Hubble de zon passeren, vlak voordat de robotarm van de Shuttle de ruimtetelescoop grijpt. Wat geek-o-licious cijfers: de twee ruimtevaartuigen scheerden zo snel over het firmament dat ze maar 0,8 seconden tegen de zon afstaken. Dat gebeurde op een hoogte van 600 kilometer met een snelheid van 25.000 km/u. De zon is trouwens maar liefst 150 miljoen kilometer van de aarde verwijderd. Legault flikte een soortgelijke kunstje al eerder, destijds met een vliegtuig.

Het leuke van deze foto's is dat je aan het mijmeren slaat over perspectief en afstand. Je realiseert je weer dat de zon niet enkel een fel schijnend dubbeltje aan het zwerk is, maar een gigantische en vuur uitbrakende ster waar wat klontjes stof en gas (wij) omheen dwarrelen. BONUS FACT: de zon neemt 99,85 procent van de totale massa van het zonnestelsel in; de rest bestaat uit planeten, dwergplaneten, kometen, asteroïden, manen, Space Shuttles en andere rommel.

Eén ding snap ik niet: hoe wist de fotograaf dat de Shuttle de zon zou passeren? En hoe wist hij het precieze tijdstip? Ik voel me heel klein vergeleken met deze übergeek. Gelukkig voel ik me na het lezen van deze vraag weer slim.


Update: Zo hee, zelfs GigaPica, de foto-subsite van GeenStijl, besteedt er aandacht aan. En hoe!

12-05-2009

Daar gaan we weer!

Arme Arie Slob. Hij zegt iets over het opnemen van creationisme in het openbaar onderwijs en online media duikelen over elkaar heen om hem te kakken te zetten. Enkel spot zal zijn deel zijn, op subtiele en minder subtiele wijze. Toch denk ik dat hij geen spijt krijgt van zijn uitspraken, zo principieel zijn hij en de ChristenUnie namelijk ook wel weer.

Dat is gek, want zijn uitspraken zijn niet alleen imagotechnisch gezien wat spijtig ("Daar heb je ze weer..."), maar ze zijn ook echt dom. Het heeft er alle schijn van dat Slob wil dat er ook in de biologieles aandacht komt voor het creationisme en niet alleen in de godsdienstles. Dat laatste lijkt me namelijk heel gangbaar en normaal. Teach the controversy, heet het standpunt op z'n Amerikaans. Evolutie en bijbelse schepping naast elkaar, in het immer muffe klaslokaal vol opgezette dieren en vergeelde posters (ik put even uit mijn geheugen).

Maar dat lijkt natuurlijk nergens op, een wetenschappelijke, toetsbare theorie naast een religieus dogma. Door de vergelijking met elkaar worden zowel wetenschap als geloof te kort gedaan. De wetenschapper die z'n leven lang werkt aan wat neerkomt op het vervolmaken van het bewijs voor evolutie zal net zo ongelukkig worden als de gelovige die zijn rotsvaste overtuiging vergeleken ziet worden met een theorie die door nieuwe bevindingen kan veranderen. Ook al waren wetenschap en geloof ooit twee handen op één buik en is de wetenschap gefundeerd op bepaalde metafysische beginselen, zijn het inmiddels twee volkomen verschillende werelden die beide in hun waarde gelaten moeten worden. De belangrijkste taak van de ene is natuurlijke verschijnselen te verklaren, de voornaamste rol van de andere is het leven zin te geven.

Ik verbaas me echt over de zienswijze van Slob. Hij vindt het blijkbaar vanzelfsprekend dat ook openbare scholen net als hem overtuigd zijn dat áls er iets is als een scheppende, bovennatuurlijke, persoonlijke kracht, deze wel de christelijke god moet zijn. Ik kan er met m'n baseballcap niet bij... Het is al bijzonder moeilijk overeenstemming te krijgen over het bestaan van zo'n kracht, laat staan zijn precieze religieuze voorkeuren. Zelfs als denkbeelden verrassend dicht bij elkaar staan (katholicisme/protestantisme), blijft er blijkbaar reden genoeg voor twistpunten en scheiding. Toch hoopt Slob dat openbare scholen zonder morren zijn favoriete religieuze denkbeelden opnemen in hun onderwijs.

Ik sta werkelijk perplex van die gedachtengang; ik kan er eigenlijk niet eens om lachen. Alsof het vanzelfsprekend is dat christendom de enige serieus te nemen religie is. Als Slobs plannetje al zou doorgaan, zouden na verloop van tijd moslims en hindoes en ontelbare andere religieuze groepen ook gaan ijveren voor het laten opnemen van hun creatiemythen. Ik weet zeker dat Slob het minder leuk zal vinden als de verhalen uit de Rig Veda en de Babylonische Enuma Elish samen met zijn geliefde Genesis als gelijkwaardige 'alternatieve theorieën' worden gepresenteerd. Geen mens die daar iets tegenin kan brengen. Mooi gevalletje van dittum. Voor biologie zal in het lesuur weinig tijd overblijven.

Arie, besteed je spreektijd met de media toch beter. Er zijn in ons land genoeg echte problemen met realistische oplossingen waar mensen graag je mening over willen horen.

20-01-2009

Een actueel experiment

Wees eerlijk en kies:

A) beter
B) maakt niet uit ietsje beter
C) slechter

afbeelding: Fark.com

04-12-2008

We are all made of stars

Donderdag 27 november was een sombere, donkere dag. De egaal grijze winterhemel waagde het ook nog eens te gaan regenen toen ik vanuit het centrum terugfietste naar huis. Het enige lichtpuntje dat me overeind hield, zelfs na een bijna-botsing met een &%$#!@ toeriste, was het boekje dat ik in m'n tas had.

Dat Stardust: supernovae and life, the cosmic connection maar €3,95 kostte, was genoeg om een glimlach op mijn gezicht te toveren. Maar daarbovenop behandelt het een onderwerp waar ik al een tijd meer over wil weten: het verband tussen supernova's en ons bestaan. Je hebt vast weleens gehoord van die krachtige explosies van uitgebrande sterren die bezwijken onder hun eigen gewicht. In 1572 bracht een met het blote oog zichtbare supernova het dogma dat het heelal onveranderlijk was aan het wankelen. Nog steeds komen er ongeveer vijf sterren per jaar op deze brute manier aan hun eind in ons Melkwegstelsel.

In tegenstelling tot de meeste explosies veroorzaken supernova's niet slechts destructie; ze brengen ook mooie dingen voort. Planeten, bijvoorbeeld, en mensen. Vlak na de oerknal bevonden zich praktisch alleen de lichte elementen waterstof en helium in het heelal. Die alomtegenwoordige wolken klonterden door de zwaartekracht samen en vormden zo de eerste generatie sterren. Die maakten in hun kern gedurende hun leven door nucleosynthese de eerste zwaardere elementen en tijdens hun explosie nog een paar die zwaarder waren dan ijzer. De volgende generatie strooide net zo kwistig met sterrenstof. Resultaat: een universum dat steeds rijker werd aan elementen.

Onze zon, en dus ook wij, behoren tot de derde generatie van dit gigantische recyclingproces. Inmiddels zijn er 88 elementen bijgekomen in het heelal, waaronder een paar erg nuttige, zoals zuurstof en koolstof, waar wij voor het grootste gedeelte uit bestaan. Zonder ploffende sterren zweefden we bij wijze van spreken nu nog rond in een wolk waterstof. In het donker. En dat is vreselijk saai. Dus repeat after me: DANK JULLIE WEL, LIEVE STERREN!!

Plaatjes enzo
Een ontplofte ster laat een boel rommel achter, vaak in de vorm van een ruwweg bolvormige nevel. De Krabnevel is daar een goed voorbeeld van. Sommige nevels zien er oogverblindend mooi uit, zoals de Adelaarsnevel (met Pilaren der Schepping in het midden) en de majestueuze Carinanevel (enorme foto, maar het wachten waard!). Als je goed kijkt zijn in de laatste bolwolken te zien, waarin nieuwe sterren worden geboren. En zo is de cirkel weer rond...


24-07-2008

Als E.T. ons belt

Grote kans dat bij het lezen van de titel uw mondhoeken iets omhoog krulden. Niet zo gek, want aliens hebben een hoog giechelgehalte. Maar stel dat wetenschappers morgen met het nieuws naar buiten komen dat ze een buitenaards signaal hebben opgepikt. Of dat er een buitenaards bouwwerk in ons zonnestelsel is aangetroffen. Wat zal jouw reactie en die van anderen zijn? Gegiechel?!

Over die vraag, en heel veel andere, gaat het boek Contact With Alien Civilizations – our hopes and fears about encountering extraterrestrials. Het eerste lijvige werk (460 blz.) waar ik een recensie over schrijf is ook meteen een bijzondere. Ik was enigszins verbaasd dat er over het onderwerp 'contact' zoveel te vertellen was, maar eigenlijk is dat wel logisch: de mogelijke implicaties van contact met intelligent buitenaards leven beslaan allerlei gebieden, van veiligheid tot religie, en van wetenschap tot politiek.

Voordat ik het boek aanschafte, heb mezelf eerst verzekerd van het feit dat schrijver Michael A. Michaud niet de zoveelste ufo-freak was. Ik was verheugd te ontdekken dat hij hoge functies bekleedde voor het US State Department op het gebied van wetenschap en technologie. Hij hield zich daarnaast bezig met internationaal ruimtevaartbeleid en schreef tientallen artikelen en papers over contact. Kortom, deze man weet waar hij het over heeft.

Onderwerpen + gissingen
Contact With Alien Civilizations bevat zoveel hoofdstukken en subkoppen dat de rode lijn een beetje moeilijk te volgen is. Het boek gaat in op (historische) denkbeelden over buitenaardsen, de kans op het bestaan van buitenaardse beschavingen, over de zoektocht ernaar, mogelijke kenmerken van zulke beschavingen, mogelijke vormen van contact, positieve en negatieve consequenties van contact, reacties vanuit de maatschappij op contact, mogelijke redenen voor de 'radiostilte' die we tot nu toe ervaren, denkfouten die over de kwestie gemaakt worden, de rol van de mensheid in een buitenaardse community en tenslotte de voorbereidingen die gepleegd moeten worden (pfff, geen wonder dat ik zo lang over dit boekwerk deed!).

Woorden als 'might' en 'may have' komen erg vaak langs, wat af en toe irriteert, maar begrijpelijk is. Voordat er daadwerkelijk onderzoeksmateriaal beschikbaar komt, rest er niets anders dan onderbouwd gissingen doen. Gelukkig heeft Michaud dat door en beperkt hij zich bijna uitsluitend tot het geven van een onbevooroordeeld overzicht van de heersende denkbeelden. Dat doet hij voornamelijk door anderen te quoten - het boek telt 71 pagina's aan referenties! Carl Sagan komt vaak voorbij, net als Jill Tarter, Paul Davies, Arthur C. Clarke, en meer van dat soort wetenschappelijk verantwoorde visionairen. Uitspraken van onverbeterlijke optimisten als Carl Sagan worden tegenover meer 'nuchtere' opvattingen over de kansen en gevolgen van contact gezet.

Zingeving + krakende planken
Michaud probeert ook de prangende vraag te beantwoorden waaróm zoveel mensen sterk in buitenaardse wezens geloven. Hij suggereert dat hier dezelfde menselijke eigenschap aan ten grondslag ligt die religieus denken heeft voortgebracht. Het geloof in aliens lijkt immers veel op dat in bovennatuurlijke wezens: er is geen bewijs voorhanden en het komt voort uit een verlangen naar zingeving, leiding en inspiratie. Een astronoom noemde SETI een "technologische zoektocht naar God", een zoektocht die volgens Michaud een filosofisch en spiritueel vacuüm vult dat de moderne wetenschap heeft achtergelaten. Zoals ik het zie is het voor rationeel ingestelde mensen een acceptabele vorm van geloven in iets 'hogers'; dat zou meteen verklaren waarom met name hoger opgeleiden geloven in buitenaardse intelligenties.

Wat betreft het verband tussen religie en aliens vond ik de volgende quote van sciencefictionschrijver Brian W. Aldiss wel treffend (vrij vertaald):
"Een vertrouwheid met het niet-menselijke is een fundamentele menselijke eigenschap. Een grote verzameling van geesten, spoken en andere mythische schepsels heeft de mensheid door de eeuwen heen vergezeld. Waar religie bijgeloof overtroeft, wordt boven deze ondergeschikten een nóg indrukwekkender stoet aan fictieve wezens opgesteld: de goden en godinnen. (...) De meest recente manifestatie van de krakende vloerplanken van de hersenen is het interessantst: het buitenaardse wezen dat vanuit de ruimte arriveert."
Een controversiële stelling? Misschien, maar de overeenkomsten zijn te groot om te negeren. Neem de woorden 'bovennatuurlijk' en 'buitenaards'; ik vind dat die praktisch dezelfde gevoelswaarde hebben.

Reacties + filosofische impact
Zoals ik al zei, worden in het boek ook de mogelijke maatschappelijke effecten van contact besproken. Michaud zegt dat onderzoek suggereert dat hoe mensen reageren op contact afhangt van de overtuigingen die ze daarvoor al hadden. Antropocentrisch ingestelde (of: mensgerichte) personen zien het minste gevaar in contact, en religieuze mensen het meeste. Het paradoxale is wel weer dat religies die mensgericht (en op openbaring gebaseerd) zijn, mogelijk het vijandigst zullen reageren. Sommige gelovigen zullen denken dat de aliens manifestaties van de duivel zijn. Naar mijn idee puur omdat dat de enige beschikbare plaats is voor zulke fenomenen in hun relatief gesloten wereldbeeld.

De astronoom Harlow Shapley noemde de verandering in denken na contact de 'Fourth Adjustment', oftewel de Vierde Aanpassing: na het geocentrisme, heliocentrisme en galactocentrisme (de melkweg als middelpunt van 't heelal) zal ook het antropocentrisme dan het loodje leggen. De mens is in dat geval niet meer het middelpunt van het heelal, maar "slechts één van de biochemische processen in een universum dat zelfbewust wordt", zoals Michaud het zo mooi mystiek weet te zeggen. De mensheid als onderdeel van een samenleving van intelligente soorten. Wat een impact zou dat idee hebben! Ik kan me er eigenlijk geen voorstelling van maken. Van een ontzagwekkende, maar uiteindelijk nietszeggende leegte zou deep space veranderen in bewoonbaar gebied met iets nieuws achter elke nevel.

Christendom + aanbevelingen
Toch zullen de meeste mensen snel aan het idee gewend raken; homo sapiens is nu eenmaal flexibel, zeker als hij geen keuze heeft. Hoewel rabiate atheïsten graag anders beweren, zal de ontdekking van een buitenaardse beschaving niet het einde betekenen van religie. In dit boeiende artikel merkt iemand op dat het christendom eerdere wetenschappelijke revoluties heeft overleefd, inclusief de ingrijpende evolutietheorie van Darwin; waarom zou deze er niet bij kunnen? Of zoals de katholieke filosoof Musso het zegt: de meest gangbare positie in de christelijke wereld is wachten en kijken wat er gebeurt. Al zal er in orthodoxe kringen ongetwijfeld een beweging à la het creationisme opstaan die zich hevig zal verzetten tegen deze nieuwste, goddeloze aanpassing in denken. Anderen zullen juist aan interstellaire zending willen doen.

Aan het eind van zijn boek doet Michaud waar hij het beste in is: aanbevelingen doen over de voorbereidingen op contact. Regeringen moeten volgens hem de zoektocht naar buitenaards leven serieus nemen, omdat contact grote gevolgen kan hebben voor een land en zelfs de hele mensheid. Er moet volgens Michaud veel dingen afgesproken worden, ook internationaal. Hoe wordt het nieuws bekendgemaakt aan de bevolking? Worden alle landen geïnformeerd, en welke worden bij nadere stappen betrokken? Wie wordt er bij het opstellen van een antwoord betrokken, en wat moet er precies in staan? Wie doet het woord? Moeten we dingen verzwijgen? Zo ja, wat? Wie beslist daarover? Etcetera, etcetera. Tijdens het lezen kreeg ik af en toe de indruk dat ik een sciencefictionroman verzeild was geraakt, maar Michaud heeft wel een punt. Regeringen horen voor zeer ingrijpende gebeurtenissen plannen klaar te hebben liggen, hoe klein de kans ook is dat ze plaatsvinden.

Mijn inschatting + een hotel
Hoe ik na het lezen van het boek over de kansen op contact denk? Nogal pessimistisch. De voorwaarden ervoor lijken zo talrijk en strikt te zijn, dat het erg onwaarschijnlijk is dat onze soort het zal meemaken. En áls er communicatie is, dan is het hoogstens een toevallig opgepikt signaal; eenrichtingsverkeer dus. Buitenaardse wezens die daadwerkelijk in ruimteschepen op aarde landen, zal men alleen in films zien. Wat ik wél denk, is dat er ander intelligent leven bestaat of bestond, ergens in het onmetelijke heelal, ooit in haar bijna 14 miljardjarige bestaan. We zullen er alleen geen contact mee hebben. Die wezens zijn al uitgestorven, niet ver genoeg ontwikkeld, te vér ontwikkeld, te anders, te ver weg... of ze hebben domweg geen interesse in contact. Het is immers maar de vraag hoe wijdverbreid onze neiging is om 'krakende vloerplanken' te horen.

Maar ik zal niet ontkennen dat ik blijf hopen. Hopen op een krantenkop als 'Radioastronomen vangen buitenaardse boodschap op!'. Zo'n gebeurtenis zou namelijk betekenen dat het heelal bárst van het leven, of anders gezegd, dat het de inherente eigenschap bezit om leven en bewustzijn voort te brengen. Dat is gewoon een mooie en spannende gedachte. Het is dan alsof we ons plots realiseren dat we één kamer bewonen in een enorm, volgeboekt hotel. En dat vooruitzicht maakt de hele zoektocht zo verleidelijk. Ik zal in ieder geval geen moeite hebben met het idee dat wij als intelligente, creatieve en zelfbewuste soort niet alleen zijn in dit heelal. Integendeel zelfs. En jij?

18-02-2008

Over steden en ambitie

Vroeger droomde ik van een stad die tot aan de horizon reikte, een metropool die zich over vele vierkante kilometers uitstrekte. Foto's van grote steden maakten me altijd lyrisch. Ik wilde weten wat er allemaal gebeurde in die eindeloze jungle van beton, staal, glas en asfalt. Misschien dat ik daarom richting Amsterdam vertrok. Bigger is better.

De stad is eigenlijk een bijzonder fenomeen, dat ooit niet zo vanzelfsprekend was als het nu lijkt. 'Pas' rond 7000 v.Chr. begonnen mensen dankzij de uitvinding van landbouw en veeteelt in groten getale samen te klitten. Zoals in Çatalhöyük, in het huidige Turkije, een stad die in die tijd 5000 tot 8000 inwoners had. Enorm veel, vergeleken met de kleine nederzettingen die tot dan toe gangbaar waren. De lemen huisjes van Çatalhöyük waren nogal chaotisch tegen elkaar aan gebouwd, en een opening in het dak diende tegelijk als schoorsteen en ingang. Omdat er geen straten waren, liep men over de daken. Gezellig toch, zo'n menselijke bijenkorf? Tussen 2000 en 1000 v.Chr. kwam de urbanisatie echt goed op gang in Mesopotamië, het oostelijke deel van de Vruchtbare Sikkel, zoals aan deze lijst redelijk goed te zien is.

Voor de Israëlieten, toen zogezegd de herdertjes van buut'n, stonden Mesopotamische steden als Nineve en Babylon symbool voor alles wat verkeerd was. Denk maar aan het bijbelverhaal over de toren van Babel (Babylon). Na de zondvloed beveelt Yahweh de mensheid om zich over de aarde te verspreiden, maar men besluit zich te verenigen en een toren 'tot aan de hemel' (mogelijk gebaseerd op de ziggoerat voor de god Marduk) te bouwen. Als straf verwart Yahweh hun spraak, zodat men gefrustreerd alsnog de aarde bevolkt. Dit verhaal verbeeldt de afschuw van de semi-nomadische Israëlieten, die een vrij onzeker bestaan leidden, over de houding van de Mesopotamiërs. In hun ogen stoorden die trotse heidenen zich aan god noch gebod door hun lot in eigen hand te willen nemen, het toppunt van menselijke hoogmoed. In feite gebeurde dat ook. Stedelingen leerden steeds meer te vertrouwen op culturele vooruitgang, terwijl de goden op het tweede plan kwamen te staan. Want niet de goden, maar de stedelijke machthebbers garandeerden nu aanzien, voedsel en bescherming. Privileges die mensen van ver buiten de stadsmuren moesten missen.

Vele steden hebben dezelfde rol vervuld als Babylon. Parijs, London, New York, allemaal waren ze op een gegeven moment de ultieme place to be, de plek waar dromen uitkwamen. Een tegenwoordige stad met dezelfde 'Babylonische' allure is zonder twijfel Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten. Wat daar allemaal bekokstoofd en uit de grond gestampt wordt is gewoon onvoorstelbaar. Er worden tientallen miljarden oliedollars in de meest ontzagwekkende projecten gestoken. Dit in een poging de regio een rooskleurige toekomst in de toeristische en de financiële sector te garanderen. Want het zwarte goud raakt toch echt een keer op. De enige limiet is de snelheid waarmee gebouwd kan worden. Even googelen levert indrukwekkende tekeningen (deze wilde ik jullie niet onthouden) en foto's op, zoals die van wat de grootste wolkenkrabber ter wereld gaat worden, de Burj Dubai. Kosten van de toren: 540 miljoen euro. Totale kosten van de twee vierkante kilometer gebouwen, parken en waterpartijen eromheen: 13,5 miljard euro. Dat zijn een hoop nullen.

Van zulke woeste ondernemingslust word je in het Nederland met z'n trage besluitvorming toch wel jaloers. De files nemen hier maar toe, maar een echte grootschalige oplossing is vooralsnog ver te zoeken. Zo had er al lang een metro-achtige lightrailverbinding in de dichtgeslibde Randstad moeten zijn, en die Zuiderzeelijn was ook helemaal geen slecht idee. In Dubai hadden ze het wel geweten. Maar ach, hier wordt bij stadsplanning nog enigszins rekening gehouden met de menselijke maat. En, niet te vergeten: wij overleggen misschien eindeloos, maar hebben wél vrijheid van meningsuiting, democratie en gelijke rechten voor vrouwen en homoseksuelen. Dát zijn pas verworvenheden; daar kan zelfs een 800 meter hoge toren niet tegenop.

24-11-2007

Verdwenen medemensen

Af en toe draag ik mijn steentje bij aan de Engelse wikipedia. Normaal gesproken verbeter ik alleen spelfouten, en ik heb ooit wat toegevoegd aan het artikel over de FEBO. Dit keer was mijn bijdrage wat substantiëler: ik spotte een serieuze fout in het artikel History of the World.

Ik had net elders wat gelezen over de Toba super-eruptie, een gigantische vulkaanuitbarsting die ongeveer 75.000 jaar geleden op het Indonesische eiland Sumatra plaatsvond. Van deze natuurramp wordt gezegd dat hij mogelijk bijna het einde betekende van onze soort, Homo sapiens, toen die zich net richting Azië begon te verspreiden. In het History of the World-artikel stond dat de ramp misschien wel 59 miljoen doden tot gevolg had. Maar dat getal is compleet van de pot gerukt, want pas na 1000 v.Chr. waren er meer dan 50 miljoen mensen op de wereld. Met hoeveel we 75.000 jaar geleden waren, is onbekend, maar je moet denken in termen van tienduizenden. 59 Miljoen... tsss, kom nou.

De mensheid was dus misschien bijna uitgestorven. Dat klinkt raar in een tijd waarin 6,6 miljard exemplaren van ons op aarde rondhuppelen. Over het einde van de menselijke soort hoor je alleen als het gaat over vrij hypothetische rampscenario's, zoals de de inslag van een hele grote asteroïde. En dan nog is het moeilijk voor te stellen dat de mens uitsterft, als waren we een bedreigde pandasoort. Áls het 75.000 jaar geleden echt goed mis was gegaan, zouden we niet de eerste mensensoort zijn die verdween, maar – en dit kan je vreemd in de oren klinken – ook niet de laatste. Want hoewel Homo habilis en onze voorouder Homo erectus al eerder de pijp aan Maarten hadden gegeven, waren wij ten tijde van de Toba-ramp niet de enige Hominina op aarde. Ook ons 'neefje' Homo neanderthalensis liep toen nog rond.

Iedereen kent de Neanderthaler wel, of in ieder geval zijn karikatuur. Deze geweldenaar leefde van ruwweg 200.000 jaar tot zo’n 25.000 jaar geleden in Eurazië. Vooral in Frankrijk zijn veel skeletten opgegraven. Het beeld dat van de Neanderthaler naar voren komt is fascinerend. Ze waren 1,65 meter lang en een stuk sterker dan ons. Ze droegen dierenvellen en gebruikten gespecialiseerde gereedschappen zoals speren en bijlen. Het is goed mogelijk dat ze konden praten. Ze zorgden goed voor zwakkeren in de stam en voerden bij het begraven van hun doden rituelen uit. Zo legden ze hun doden in een bepaalde houding en begroeven mogelijk kruiden en stuifmeel van bloemen mee.

Ze leken dus in bepaalde opzichten op ons, maar waren ook verschillend. Ten eerste week hun uiterlijk af van de gemiddelde(!) moderne mens: ze hadden grotere hersenen, een zware botrichel boven de ogen, een aflopend voorhoofd en praktisch geen kin. Ze waren een stuk sterker dan ons en hadden echte stierennekken. Ze beperkten zich 100.000 jaar tot één relatief klein leefgebied, gebruikten al die tijd praktisch dezelfde gereedschappen en deden ook al niet aan kunst. Een voor de hand liggende reden hiervoor is dat ze niet zo abstract konden denken als wij, met als gevolg dat ze minder creatief waren en weinig vernieuwings- en ontdekkingsdrang kenden. Dat terwijl Homo sapiens, die wat later ten tonele verscheen, al snel complexere werktuigen maakte en in no time de hele wereld bevolkte. Neanderthalers kenden ook niet zoiets als de culturele explosie van 30.000 jaar geleden, toen de 'modernen' als gekken rotswanden, botten en stenen begonnen te decoreren.

Zoals je aan deze bonte verzameling kunt zien, bestaan er nogal uiteenlopende ideeën over het uiterlijk van Neanderthalers. De één denkt dat ze flink behaard waren met een donkere huid, anderen kiezen voor een blank voorkomen met een gephilishaved gelaat, weer anderen beweren dat beide types voorkwamen. Het blijft bij raden, want huid en haar fossileren nou eenmaal niet zo goed als botten. Wat ik me afvraag is hoe jij en ik op een levende Neanderthaler zouden reageren. Ik denk dat we niet eens zouden omkijken als een geïntegreerde Neanderthaler (gladschoren en in pak) ons passeerde op straat. Misschien zouden we na een praatje concluderen dat het een wat oncreatief, zwijgzaam persoon is zonder belangstelling voor kunst en andere cultuur. Ontzettend nuchter, zelfs ietwat saai misschien. Maar of we zouden vinden dat er iets niet klopt aan die vent... Geen idee!

Wat Neanderthalers betreft is de Vraag der Vragen: hoe komt het dat ze zijn verdwenen? Niemand weet het zeker. Een tijd lang was de 'Kaïn en Abel'-hypothese populair, die stelde dat Homo sapiens de Neanderthaler op grote schaal had uitgemoord. Daar is echter geen bewijs voor. Integendeel, de twee mensensoorten wisselden mogelijk zelfs kennis uit. Ook de stelling dat Neanderthalers oliedom waren en het daarom tegen 'ons' moesten afleggen, ligt onder vuur. Veel deskundigen denken nu dat de Neanderthaler heel geleidelijk werd vervangen, omdat de moderne mens bijvoorbeeld door een betere sociale organisatie en grotere flexibiliteit iets succesvoller was in het voortplanten. En een klein verschil in geboorteoverschot is voor een populatie genoeg om binnen enkele duizenden jaren de overhand te krijgen en een rivaliserende populatie compleet te overvleugelen.

Hoe het ook is gegaan, feit is dat er geen Neanderthalers meer leven. Deze pioniers, deze geweldenaars, die tienduizenden jaren lang koude en andere ontberingen doorstonden en ons wellicht de weg hebben bereid, hebben de tand des tijds niet doorstaan. Misschien hadden ze ook zo hun dromen, idealen en hun trots, hoe down to earth ze ook waren. Maar het mocht niet baten. Ze zijn finito, exit. Zo werkt evolutie nou eenmaal. Minder succesvolle soorten maken plaats voor succesvollere. De Toba-ramp had (letterlijk) roet in het eten kunnen gooien, maar wij hadden geluk. Wie weet zijn wij ook ooit aan de beurt om van onze troon gestoten te worden. Dus geniet van je bevoorrechte positie, zo lang het nog kan!

04-10-2007

Jarige jobski

Vandaag, 4 oktober, is een heuglijke dag voor de mensheid. Nee, meer dan dat; het is een dag die jaren geleden een verschuiving in denken veroorzaakte en die voor altijd een grens verlegde. En néé, dan heb ik het niet over mijn geboorte in 1980!

Precies vijftig jaar geleden schoten de Russen de Sputnik 1 de ruimte in. Het was het eerste kunstmatige object dat in een in een baan rond de aarde werd gebracht*, en was niet veel meer dan een aluminium bal van 58 centimeter doorsnee met daarin twee radiozenders. Vier antennes zonden dit volgsignaal uit. Vooral de Amerikanen werden erg zenuwachtig van het ding, dat maar liefst vier keer over hun geliefde vaderland vloog. In 1957 was de Koude Oorlog immers al in volle gang. Iedereen wist opeens dat de Sovjets een streepje voor hadden op de rest van de aardkloot, of men dat nou leuk vond of niet. Dat mooie staaltje van durf en vernuft zette een ruimtewedloop (of Space Race) in gang die bijna twee decennia duurde.

Vier jaar later, in 1961, werd de lat wéér verlegd toen de Russen de eerste mens, Yuri Gagarin, het inktzwarte vacuüm in lanceerden. In een capsule met het formaat vliegende doodskist, maar toch: de ruimtevaart was geboren! Die eerste stap was eigenlijk net zo revolutionair als dat het bouwen van de eerste kar of zeewaardige boot ooit was. In veel opzichten is het zelfs een grotere prestatie. De technologie heeft in de afgelopen millennia natuurlijk niet stilgestaan, maar bij de kleinste fout in de bouw van een raket of capsule kan de bemanning het wel schudden. Outer space is een erg dodelijke omgeving, maar ook bij de lancering moet enorm veel energie in goede banen worden geleid. Een dodelijk ongeluk ligt om de hoek. Kijk maar naar de rampen met de Space Shuttles Challenger en Columbia.

Die laatste twee tragedies geven al aan dat de ruimtevaart nog in de kinderschoenen staat. Wat is nou 46 jaar op de menselijke technologische geschiedenis? Ik bedoel, de eerste werktuigen stammen van tweeënhalf miljoen jaar geleden, en één miljoen jaar later wisten mensen het vuur al te gebruiken. Boten bestaan ook al redelijk lang, in ieder geval zevenduizend jaar, net als het wiel. De Sputnik 1 is helaas van vóór mijn tijd. Wel leuk dat de verjaardag van de satelliet dezelfde is als die van mij. Dat schept toch een band. Niet dat ik bliepend en met vier vingers in de lucht gestoken door mijn kamer huppel, maar het scheelt niet veel. Een tweede troost is dat ik nu al ontwikkelingen meegemaakt heb die over vijftig jaar ook als revolutionair zullen worden gezien: de explosieve groei van het gebruik van pc, mobiele telefoon en internet. Heb ik mijn kleinkinderen nog íets te vertellen!

Is de ruimte de laatste uitdagende omgeving die mensen zullen betreden? Behalve de ruimte hebben we de lucht, zee (erop en erin) en de aardkorst (denk aan tunnels en mijnen) al bedwongen. Een ander hemellichaam zoals de maan is ook een volledig andere omgeving te noemen, vind ik, dus die kunnen we ook afstrepen. Toch zijn er nog verschillende te verzinnen. Denk aan een andere planeet zoals Mars, of een asteroïde (Armageddon, anyone?), of zelfs een komeet die door het zonnestelsel snelt. Maar misschien zijn er extreme omgevingen waar we ons niet eens een voorstelling van kunnen maken. Het binnenste van een ster of gasplaneet, bijvoorbeeld. Of andere dimensies! Wat de bestemming ook mag zijn, ik wens toekomstige pioniers veel succes.

_____________
* Het eerste menselijke voorwerp in de ruimte was een onbemande V-2 raket van de nazi’s, verhief zich tijdens een testvlucht in 1944 wel 176 kilometer boven het aardoppervlak. De ruimte begint volgens de meeste mensen op honderd kilometer hoogte, dus die prestatie valt de moffen niet af te nemen. (Waarom zitten er alleen intens foute regimes achter de eerste doorbraken in de ruimtevaart?!)

01-09-2007

Ongecensureerde ironie

Het creationisme is weer eens in het nieuws. Een ark op halve grootte vaart door Nederland. De EO schrapt gedeelten over evolutie uit een natuurserie. Bovendien bleek in april uit een onderzoek van de omroep dat maar liefst 61 procent van haar aanhang gelooft dat God de aarde schiep in 6 dagen van 24 uur. In 1997 was dit nog 53 procent.

Hoe is die toename te verklaren? Het is niet zo dat de evolutietheorie opeens op losse schroeven is komen te staan in de afgelopen tien jaar. Ik denk dat een belangrijke oorzaak het gevoel is dat je als christen tegenwoordig een uitgesproken standpunt in móet nemen in het ‘creatie versus evolutie’-debat. Allerlei schrijvers, zowel christelijke creationisten als atheïstische evolutionisten, brengen boeken uit waarin beweerd wordt dat geloof en seculiere wetenschap (of evolutie) niet samen kunnen gaan. De discussie is overgeslagen naar andere media en ook op vele weblogs en internetfora wordt dagelijks stevig gebekvecht. Nu was het mij al opgevallen dat sommige creationisten zich in hun geestdrift regelmatig schuldig maken aan het verdraaien van feiten. Ze overdrijven graag en rukken quotes en ontwikkelingen binnen de wetenschap uit hun verband om hun stelling kracht bij te zetten. Een onopgelost probleem binnen de evolutietheorie is voor hen bijvoorbeeld een teken dat het op instorten staat. Maar het kan erger.

Met een blogpost maakte hoofddocent evolutiebiologie dr. Gerdien de Jong wereldkundig (Nu.nl, Science) dat de EO flink zat te knippen in een door de BBC geproduceerde documentairereeks. Reden: er werd verwezen naar de evolutietheorie. Jawel, de evolutietheorie! Paniek! Alarmfase rood! Als het nou ging om gevloek of godslasterlijke praat, dan had ik er nog begrip voor. Maar we hebben het hier over basiskennis die iedereen hoort te bezitten. De evolutietheorie is niet voor niets verplichte kost tijdens biologielessen op de middelbare school! De Jong vindt dat de EO haar kijkers "waarheid onthoudt". Dat ben ik met haar eens, maar ik zou het iets sterker willen uitdrukken: de EO houdt haar kijkers dom door hen kennis over een algemeen geaccepteerde theorie te onthouden. Geef je kijkers alle informatie en laat hen dan zélf besluiten of ze ermee eens zijn of niet! Het zonder aankondiging censureren van zulk materiaal is een belediging van het intellect van de kijker. Tot op zekere hoogte lijkt het op de manier waarop de Kerk vroeger met onwelkome theorieën omging. De boeken van ketterse denkers, zoals astronoom Galileo Galilei, werden verboden, zodat het volk niet werd blootgesteld aan hun goddeloze dwaalleren.

En nu een leuke grap: de EO gaat binnenkort een nieuw programma uitzenden. Niet zomaar één, neen, een wetenscháppelijk programma, met de mooie naam 'Galileo'. Nou breekt m’n klomp!, dacht ik toen ik dat las. Hoe kun je nou een programma over de wetenschap maken en ondertussen de verwijzingen naar een belangrijke wetenschappelijke theorie zomaar uit een documentairereeks knippen? Is de EO schizofreen? Of weten ze niet dat de evolutietheorie in de wetenschap verweven zit, dat het een belangrijke rol speelt in de biologie, genetica, ecologie, paleontologie, paleoantropologie, psychologie en sociologie? Als kijker van Galileo kun je er niet van op aan dat je alle relevante informatie te horen krijgt. Wie weet vertelde een geïnterviewde wetenschapper iets boeiends wat de EO helaas niet beviel. Wat mij betreft heeft de omroep zich echt ongeloofwaardig gemaakt. Ze kan zich beter beperken tot het uitzenden van zangdiensten en andere stichtelijke programma’s. Dan weet je tenminste zeker dat je het hele verhaal te horen en te zien krijgt in plaats van een heimelijk gekuiste versie.

Maar wacht, het wordt allemaal nog grappiger! Lees wat Reinier van den Berg, de presentator van Galileo, in de septembereditie van het EO-ledenmagazine Xtra zegt: "Hoe grondiger je je best doet om de wereld om je heen te doorgronden, hoe zekerder je zult weten dat de Bijbel klopt." Van den Berg impliceert hier dat de Bijbel blijvende, wetenschappelijke waarheden over de wereld om ons heen bevat. Helaas staat in Psalm 93:1, Psalm 96:10 en 1 Kronieken 16:30 dat de aarde stilstaat en in Prediker 1:5 dat de zon om de aarde draait, geheel conform het pre-wetenschappelijke wereldbeeld van die tijd. Dat geocentrisme werd in de zeventiende eeuw onderuitgehaald door, jawel, Galileo Galilei... de naamgever van het nieuwe wetenschapsprogramma!
Hoeveel ironie kan een mens verdragen op één dag?

16-07-2007

Wandeling door de wereld

Mijn missie: weer regelmatig boeken lezen en ze vervolgens bespreken op mijn blog. De aftrap: een dun, toegankelijk exemplaar van 177 pagina's. Ik moet érgens beginnen.

Zoals veel populair-wetenschappelijke publicaties van tegenwoordig is ook The Path - A One-Mile Walk Through the Universe smaakvol vormgegeven. De auteur, Chet Raymo, is professor emeritus in de natuurkunde en astronomie aan Stonehill College in Massachusetts. Al veertig jaar loopt hij bijna elke dag een mijl van zijn huis in North Easton naar zijn werk. Onderweg passeert hij onder meer een bos, weilanden en een beekje. Die dagelijkse mijl vormt voor hem een aanleiding om over onderwerpen als ijstijden, tuinontwerp, sterren, DNA, literatuur en plantensoorten te schrijven. Want, zo stelt Raymo, "elke kiezel en wilde bloem heeft een verhaal te vertellen." De kiezel op zijn pad was ooit onderdeel van een berg die omhooggestuwd werd toen de continenten tegen elkaar botsten. Langs de kant groeit de grote kattenstaart, een sierbloem uit het 19e-eeuwse Europa, die, eenmaal naar het uitgestrekte Amerika gebracht, zich oncontroleerbaar verspreidde. Alles, hoe klein of alledaags ook, heeft een verhaal.

Raymo's schrijfstijl is af en toe erg romantisch. Lyrische zinnen in de trant van 'de vlinders dartelden gracieus in het gouden ochtendlicht boven het rustiek kabbelende water' komen íets te vaak voor. Het is begrijpelijk: hij houdt zielsveel van de natuur én poëzie. Het is eens wat anders dan het fantasieloze geschrijf van veel wetenschappers. Raymo ontpopt zich in zijn boek als een echte naturalist, in de beide Engelse betekenissen van het woord: een natuuronderzoeker en een aanhanger van het naturalisme. Hij schrijft: "Vroeg in de 21e eeuw lijkt het oude onderscheid tussen materie en geest irrelevant. (...) Materie heeft zich [in nieuwe theorieën] ontpopt als als iets met een verbazingwekkende, bijna immateriële subtiliteit." Als voorbeeld noemt hij helium en waterstof, die in de Big Bang ontstonden en het enorme potentieel hadden om complexe structuren en andere elementen te vormen.

De rode draad van het boek is dat in het kleine het grote schuilt. Enkele passages: "[natuuronderzoeker Gilbert White] wist dat het enkele het alles bevat [en] leerde ons te begrijpen dat we deel uitmaken van het web." Anders gezegd: het complexe bouwplan van de wereld tref je net zo goed aan in een insect als in een heelal vol sterrenstelsels. Al het leven, inclusief de mens, is verbonden door een "heilig web", zoals Raymo het zelfs noemt. Bijna religieuze uitspraken, maar hij laat zien dat ze het logische gevolg zijn van het bestuderen van de wereld om ons heen. Elders quote hij de beroemde Thomas Huxley om een ander belangrijk punt te maken: "Tot in de kern van zijn wezen is de mens één met de rest van de organische wereld." Volgens Raymo moet de mens, als deel van een "continuïteit die groter is dan hemzelf", in harmonie leven met de wereld om hem heen. Maar om dat te kunnen, moet hij de natuur wel begrijpen.

Dat kan volgens Raymo het best door met een wetenschappelijke, onderzoekende blik naar de wereld te kijken. Want, zo zegt hij, "dan zien we de dingen zoals ze zijn, niet zoals we ze zouden willen zien". Het houdt ook de gedachte in dat we de complexiteit van de natuur kunnen ontrafelen, bijvoorbeeld om milieuproblemen en andere gevaren het hoofd te kunnen bieden. Maar de eerdergenoemde diepe band die we hebben met de rest van de natuur vraagt om meer: altruïsme ten opzichte van "planten, dieren, zelfs microben". Raymo's ideale toekomstbeeld is een getemde natuur, eventueel met genetisch gemanipuleerde planten en dieren, een Hof van Eden waarin beschaving en wildernis met elkaar zijn vervlochten. Volgens hem zit ons verlangen naar zo'n Utopia in onze genen.

Droomt deze man van de wetenschap niet wat veel? Misschien, maar zoals hij zelf aan het eind van zijn boek zegt, worden de Verlichting, met z'n vertrouwen dat de menselijke geest de natuur kan doorgronden, en de Romantiek, met z'n overtuiging dat al het leven een wonder is, in zijn ideaal verenigd. Ik vind het een mooie combinatie, die alleen maar tot goede dingen kan leiden: meer onderzoek en ontdekkingen, met respect voor alle levende wezens. Een passend slot voor een origineel en laagdrempelig boekje, waarin Chet Raymo tenminste één doel bereikt: de lezer bewuster maken van het grotere geheel waartoe hij of zij behoort. Een aanrader!

_____________
Klik hier voor de dingen uit het boekje die ik nog niet wist of waarop ik opnieuw gewezen moest worden. Inclusief Raymo's reactie op een hardnekkig misverstand over evolutie.
De aangehaalde passages in deze recensie zijn vrij vertaald vanuit het Engels.

04-07-2007

Dieper dan diep

Ja, denkbeeldige lezer, het is weer tijd voor een dosis astronomie! Een bij het grote publiek niet erg populair onderwerp, terwijl het heelal toch ook deel uitmaakt van onze wereld. Een nogal groot deel zelfs! Het probleem is dat ons voorstellingsvermogen tekort schiet voor wat 'daarboven' is. Neem nu iets ongelooflijks als sterrenstelsels.

De duizenden sterren die je 's nachts met het blote oog kunt zien, zijn allemaal van ons eigen sterrenstelsel, het Melkwegstelsel. Het lijken er best veel, maar die paar duizend vallen in het niet bij het totaal: het Melkwegstelsel heeft minimaal 100 miljard sterren, terwijl sommige wetenschappers betogen dat er vier keer zoveel zijn. De rest van de sterren is gewoon niet helder genoeg om te zien. Natuurlijk zijn er altijd nog telescopen, maar tussen de sterren zweeft gas en stof, waar ze niet altijd doorheen kunnen loeren. Dat laatste is de reden dat het totale aantal sterren in ons stelsel zo moeilijk te schatten is. Bijkomend probleem is dat we het Melkwegstelsel vanuit een ongunstige hoek zien, waardoor het een sliert (foto 1, 2) van sterren en stof lijkt. Da's logisch, want het is een schijf waar we zelf onderdeel van zijn.

Toch zijn grote delen wél zichtbaar, en omdat sterrenstelsels bijna altijd symmetrisch zijn, hebben astronomen toch een aardige indruk van het totaalplaatje. Daarbij komt dat er sterrenstelsels zijn die waarschijnlijk op de onze lijken, zoals de spiraalstelsels NGC 7331 en NGC 1232. Ook onze naaste buur, het Andromedastelsel, dat zich "maar" op 2,5 miljoen lichtjaar afstand bevindt, heeft een spiraalvorm. Maar sterrenstelsels komen in allerlei vormen, maten en kleuren. Geschat wordt dat er in het zichtbare universum enkele honderden miljarden zijn. Met het blote oog zie je daar weer een erg klein deel van: een stuk of drie, en dan wel alleen buiten de stad met al z'n lichtvervuiling. Daarvan is het Andromedastelsel het best zichtbaar - inderdaad, omdat hij zo dichtbij staat. Weliswaar als wazig wolkje, maar als hij een stuk helderder zou schijnen, zou je dit bizarre schouwspel aan de nachthemel zien.

Veel sterrenstelsels zijn met een gewone telescoop op Aarde te zien, maar we hebben ook kunstmatige ogen in de ruimte. Eentje daarvan is NASA's Hubble Space Telescope, die in een baan om de Aarde draait. In 2004 werd dit speeltje in totaal vijftien dagen lang op een piepklein en nietszeggend stukje zwarte hemel gericht, met adembenemend resultaat: een foto met de naam Hubble Ultra Deep Field. In een gebied dat voor ons niet groter is dan een zandkorrel op armslengte(!), zag de Hubble wel tienduizend sterrenstelsels. Sommige ervan liggen op een afstand van zo'n dertien miljard lichtjaar. Dat betekent dat ze relatief kort na de Big Bang zijn ontstaan en dus jong zijn. Dat betekent weer dat ze belangrijke hints bevatten over de evolutie van sterrenstelsels en het heelal. Voer voor astronomen dus!

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar als ik naar het Ultra Deep Field kijk, krijg ik zowat een religieuze ervaring. Ieder stipje dat je ziet is een gigantische verzameling van licht en materie. Zelfs met de snelheid van het licht (1 miljard km/u) doe je er nog 100 duizend jaar over om een gemiddeld sterrenstelsel te doorkruisen! Toch zweeft het als een miniscuul stofdeeltje in de peilloze leegte van het heelal, en dat doet me vol verwondering zwijgen... al typend dan, hè.

10-02-2007

Een romantische zonsondergang

Bovenstaande foto lijkt in een stoffige woestijn ergens op Aarde te zijn gemaakt, wellicht door een sentimentele toerist die ooit in het warme licht van de ondergaande zon zijn huidige vrouw ten huwelijk vroeg. Ooit, toen hij nog niet van haar walgde.

Echter, niets is minder waar! Wat je ziet is het uitzicht op de krater Gusev op de planeet Mars, die zich ten tijde van de foto (mei 2005) op ongeveer 200 miljoen kilometer afstand van de Aarde bevond. Mars was nog niet zo lang geleden slechts een roodachtig lichtpuntje aan de hemel, en nu kijken we vanaf het oppervlak van die planeet op dezelfde manier naar onze eigen steenklomp - zie deze bijzondere foto. We doen dat in dit geval via de camera van Spirit, een zogenaamde Mars Exploration Rover. Dit deels op afstand bestuurde robotwagentje maakt al sinds 2004 het oppervlak van Mars onveilig, samen met haar tweelingzusje Opportunity (zelfportret).

Deze missie heeft tot nu toe meer dan 800 miljoen dollar gekost - only in America, baby! Het is daarom niet zo dat deze twee wagentjes de toeristische route nemen. Met een gangetje van zo'n 35 meter per uur wordt elke interessante heuvel van dichtbij bekeken, en elke raadselachtige steen onderzocht en opengeboord. Op deze manier werden bijvoorbeeld sporen gevonden van het waterrijke verleden van Mars.

De missie is een succes, en zal dat nog wel even blijven. Want hoewel arme Spirit onlangs één van haar wieltjes verstuikte, functioneren zij en Opportunity nu al veel langer dan de bouwers durfden te hopen. Ondanks dat het hele gebeuren niet het eerste en enige in zijn soort is, blijft het een prestatie van jewelste. Men zegt weleens dat de maanlanding in 1969 het toppunt van menselijk vernuft is, of anders het ontwerp van de Space Shuttle (geeky fact: de meest complexe machine op Aarde), maar ik vind dat de huidige missie niet onderdoet voor deze hoogtepunten. Al was het maar omdat ik door de fantastische foto's weer weet waarom ik vroeger zo graag sciencefictionboeken las...

Meer info en foto's:
Opportunity verlaat haar lander, wordt gefotografeerd (NB: grote foto!) door een om Mars cirkelende sonde, staat in een meteoriet te poeren en maakt en passant een kiekje van vertrouwd uitziende wolkjes. Haar zusje Spirit ziet een grote dust devil, een windhoos zoals we die in Aardse woestijnen zien. Tenslotte een mooie, flink versnelde animatie van de complexe reis en stuiterende landing van de twee.