Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen

29-11-2010

Recensie: Rubicon - The triumph and tragedy of the Roman Republic

Een korte opwelling van interesse in de oude Romeinen zette me aan tot het lezen van Rubicon - The triumph and tragedy of the Roman Republic. Het boek biedt een goed beeld van de politieke moed, lafheid en hebzucht in het illustere Rijk om de Middellandse Zee. Het deed me twijfelen aan de motieven van huidige 'democratische' heersers, maar wist me uiteindelijk niet voldoende te boeien.

Auteur Tom Holland heeft een way with words, dat is een ding dat zeker is. Ik vind hem zelfs de beste nonfictieschrijver die ik de laatste tijd ben tegengekomen. Hij maakt van elke intrige en machtswisseling in de Romeinse Senaat een klein epos. Toegegeven, dat heeft hij deels te danken aan de Romeinen zelf, die hun jacht naar macht, sociale status en natuurlijk pecunia graag als een grandioze Odyssee zagen. Dat al die ambitie - heel fantasieloos - vaak het meest zichtbaar werd in een tweede villa aan de kust, deed niets af aan hun beeld van zichzelf als personificatie van de ambitieuze en vooral eerzuchtige Republiek.

Daarbij namen machtswellustelingen het dikwijls niet zo nauw met de oorspronkelijke, lovenswaardige uitgangspunten van de Republiek. Achterbaks gesjoemel werd verheven tot volkssport en karrenvrachten met omkoopgelden deden de ronde. En als geld niet voldeed, ging men net zo makkelijk over lijken. Handlangers verspreidden bijvoorbeeld lasterpraat over een opponent onder het arme en ontevreden volk, dat in een mum van tijd veranderde in een moordende menigte. Het was zoeken naar senatoren en gouverneurs die het belang van het volk voorop hadden staan. Niet in de laatste plaats omdat hun weigering om elitaire konten te kussen een politieke carrière in de weg stond.

De volgende quote vat veel van het boek mooi samen:
"Throughout the centuries of the Republic's history, its great men had sought to win glory, and to do their enemies down. Nothing had changed over the years save the scale of opportunities on offer and the scope for mutual destruction that they had brought. [...] 'By know,' wrote Petronius of the Republic's last generation, 'the conquering Roman had the whole world in his hand, the sea, the land, the course of the stars. But still he wanted more. [...] Pompey and Caesar, Rome's greatest conquerors, had won resources for themselves beyond the imaginings of previous generations. Now [...] either man had the capability to destroy the Republic." (p.301-302)
Hoe meer macht bijeenkomt in een persoon, hoe meer mogelijkheden en vrijheid die persoon heeft om de boel danig te verknallen. Een zijweg: Zien we tegenwoordig hetzelfde gebeuren met de VS? Het momentum is verdwenen en het land gaat na een reeks verkeerde politieke beslissingen bergafwaarts, zo lijkt het. Maar schijn bedriegt mogelijk, en over de oorzaken van het verdwijnen van machtige rijken zijn met reden hele boeken volgeschreven, dus tot zover deze zijweg.

Het boek beslaat veel gebeurtenissen in zijn 388 pagina's en eindigt met de dood van de eerste keizer, Augustus. Ondanks Tom Hollands vaardigheid met het toetsenbord zijn alle verwikkelingen in eerste instantie fascinerend, daarna meer van hetzelfde en uiteindelijk doodvermoeiend. Dat ligt in belangrijke mate aan ondergetekende; ik heb nooit veel geduld gehad met politiek gekonkel. Het voornaamste gevoel dat me besluipt tijdens het lezen van Rubicon, is het bange vermoeden dat huidige machthebbers net zo nietsontziend te werk gaan als de generaals, senatoren en keizers van 2000 jaar geleden. Jupiter helpe ons!

29-07-2010

Recensie: With the Old Breed: At Peleliu and Okinawa

Haal eerst even diep adem, en stel je dan het volgende voor: Je gaat met een paar duizend piepjonge soldaten aan land op een eiland van enkele vierkante kilometers groot. Je weet dat er duizenden Japanners je opwachten in grotten en bunkers. Ze zijn gehersenspoeld om jou met hart en ziel te haten. Er is te weinig drinkwater, terwijl de zon als een genadeloze hittelamp aan de hemel staat. De grond is van hard en scherp koraal, de weinige bomen zijn al door granaten gekortwiekt.

Overal om je heen liggen lijken van dode vijanden; alle stadia van ontbinding voltrekken zich voor je ogen. De misselijkmakende lucht die de lichamen verspreiden wordt vermengd met die van weggegooide rantsoenen en uitwerpselen. Zoals heel veel andere soldaten lijdt je aan diarree, maar de grond is te hard om je behoefte te kunnen begraven. Een verkoelend windje betekent slechts meer walgelijke stank. Het aantal grote, dikke bromvliegen - veel groter dan de huisvlieg - is geëxplodeerd sinds de gevechten begonnen. Je ziet ze van dode lichamen naar jouw zonet bereide maaltje vliegen. Ze zijn zo lui en volgevreten dat ze zich niet meer laten wegjagen, dus je plukt ze één voor één uit je bord. Je hebt overal jeuk en hebt een dikke laag olie, zweet en stof op elke centimeter van je lichaam. Al weken heb je je niet kunnen wassen of voldoende kunnen slapen. Toch moet je hyperalert blijven.

Overdag schieten Japanse mortieren en scherpschutters op alles wat beweegt, 's nachts sluipen infiltranten rond om schreeuwend en met een bajonet zwaaiend in schuttersputjes te springen... wie weet in de jouwe. Het geluid van de dierlijke kreten tijdens deze wanhopige gevechten, maar ook de onophoudelijke artilleriebombardementen maken je knettergek. Terwijl er om je heen zoveel granaten ontploffen dat je slechts een oorverdovend, continu geraas hoort, heb je het gevoel dat je ieder moment je verstand kunt verliezen. Tegelijkertijd voel je bij jezelf de redeloze haat tegenover de vijand toenemen, zozeer dat je uiteindelijk ook overgaat tot het uit monden hakken van gouden tanden bij dode Japanners. Hoe verder de strijd vordert, hoe minder vrienden je overhoudt - ze worden gewond of dood afgevoerd. Je hebt het gevoel dat je de Russische roulette zelf niet lang meer kunt ontlopen.

Dit was het eiland Peleliu voor Eugene "Sledgehammer" Sledge, soldaat van het United States Marine Corps. Zijn verslag van zijn training en inzet op Peleliu en Okinawa vormde een belangrijke bron van informatie voor de HBO-miniserie The Pacific. Hoewel de miniserie me wat tegenviel door een gebrek aan (emotionele) diepgang, was ik benieuwd naar het persoonlijke frontverslag van deze jonge soldaat. Zoveel zijn er namelijk niet over WOII, laat staan de campagne in de Grote Oceaan. Pas tijdens en na de Vietnamoorlog nam de publicatie van memoires een grote vlucht.

Ik ben halverwege de in totaal 344 pagina's. Peleliu is nog niet ontdaan van de laatste Japanners en de landing op Okinawa moet nog plaatsvinden, maar Sledge is er nu al in geslaagd me nog meer te laten doordringen van de zinloosheid van oorlog. De passage over een intelligente Marine die Sledge toevertrouwt dat hij graag neuroloog wil worden omdat de menselijke geest hem fascineert, maar die tragisch sneuvelt, vat de hele tragedie perfect samen. Het boek is soms hartverwarmend als Sledge verhaalt over de kameraadschap tussen de Marines, bij vlagen zelfs poëtisch, maar altijd gedetailleerd en informatief, spijkerhard en vooral heel erg eerlijk.

23-12-2009

Recensie: The Birth of Satan

Ik heb een leuke mededeling, zo met de Kerst: De duivel is een verzinsel, hij is niet echt! Het is een karakter die in het leven is geroepen om het kwaad een gezicht te geven. Tenminste, dat is een conclusie die na het lezen van het boek The Birth of Satan - Tracing the Devil's biblical roots (2005) kan worden bereikt. En de schrijvers zijn nog christen ook, zoals ze in het voorwoord uitleggen.

Gregory Mobley is namelijk een protestantse docent Oude Testament aan Andover Newton Theological School. Co-auteur T.J. Wray is een rooms-katholiek en doceert Religiestudies aan de Salve Regina University. Hun boek windt er geen doekjes om: De boosaardige tegenstrever van God is gedestilleerd uit karakters uit Egyptische, Kanaänitische, Mesopotamische en Perzische religies en mythen. Vervolgens waren ingrijpende omstandigheden over een periode van vele eeuwen een katalysator voor Satans populariteit bij Joden en christenen. In hun beknopte boek zetten de schrijvers vele tientallen passages over de duivel (of soortgelijke schepsels) op een rij en plaatsen ze in context, waardoor er een handig overzicht ontstaat van het ontstaan van deze controversiële figuur.

Satan vóór de ballingschap
Globaal zijn de boeken van het Oude Testament in te delen in twee periodes: pre- en post-ballingschap. In de pre-ballingschapsperiode bestond de duivel zoals we hem nu kennen nog niet. God was zowel de leverancier van goed als van kwaad. Elders worden in het OT aardse tegenstanders met de term satan of hassatan aangeduid, wat dan zoveel betekent als, jawel, tegenstander. Verder staat het eerste deel van de Bijbel vol met verwijzingen naar door God aangestuurde wezens met lugubere taken (de Verderver, de Engel des Doods) en andere moordlustige en angstwekkende types (de slang, Molech, Leviathan), vaak producten van regionale mythologie en folklore. Deze beelden zouden later bijdragen aan het beeld van Satan.

Satan na de ballingschap
De traumatische deportatie van de Joodse elite naar Babylon in de zesde eeuw voor onze jaartelling had een grote impact, zeker op religieus gebied. De Joden maakten in Babylon namelijk kennis met het religieuze dualisme van het daar populaire zoroastrianisme: de wereld is verwikkeld in een constante strijd tussen goed (in de persoon van Ahura Mazda, de Wijze Heer) en kwaad (Ahriman, de Boze Geest). Deze theologie verschafte een uitweg uit de impasse waar het jodendom zich als speelbal van diverse tirannen in bevond. Absoluut dieptepunt en de spreekwoordelijke druppel was de ballingschap. Waarom deed Yahweh zijn geliefde volk dit allemaal aan? Van het oude verbond tussen de Joden en hun god leek niet veel meer over te zijn. Misschien waren er andere, duistere krachten aan het werk?

Satan wordt een soort bliksemafleider, een zondebok voor al het onheil dat het Joodse volk overkomt. Yahweh wordt zodoende gespaard. Eerder gebeurde dat volgens de auteurs al in mindere mate door hemelse tuchtigingen aan de 'Hand van God' toe te schrijven in plaats van aan God zelf. De boeken die tijdens en na de ballingschap werden geschreven, zoals Job, Zacharia en 1 Kronieken, bevatten voor het eerst een herkenbaar, bovennatuurlijk personage met de rol van aanklager en uitdeler van beproevingen. Daarvóór stond het woord satan zoals gezegd slechts voor de rol van tegenstander of obstakel. In Job is de duivel een gehoorzame dienaar aan het hemelse hof die een bak ellende over de arme Job uitstort, precies zoals hem door God wordt opgedragen. In de na de ballingschap welig tierende apocalyptische literatuur (o.a. de boeken Daniël, Jubileeën en Enoch) krijgt Satan een nog grotere en machtigere rol als rebel met eigen snode plannen. Het dualisme krijgt verder vorm, zou je kunnen zeggen.

Satan in het Nieuwe Testament
Pas in het Nieuwe Testament wordt Satan wie hij nu is. In de evangeliën is hij de aartsvijand van Jezus. De twee zijn samen met hun hulptroepen – engelen en demonen – verwikkeld in een felle strijd om op aarde een geestelijk koninkrijk te stichten. De invloed van apocalyptische literatuur is duidelijk. Apostel Paulus gaat verderop in het NT in zijn brieven niet zozeer in op Satans rol als kosmische tegenstrever van God, maar stelt hem liever gelijk aan de wereld buiten de kerk, en dan in het bijzonder aan zijn criticasters en rivaliserende religieuze leiders. Hiermee schept hij helaas een jammerlijk precedent dat later voor veel ellende zou zorgen, net als de schrijver van het Evangelie van Johannes, die de Joden satanisch noemt. Als Paulus eens wist dat enkele van de (tientallen, honderden?) brieven die hij schreef 2000 jaar lang als heilige teksten gekoesterd zouden worden, had hij dingen misschien iets anders verwoord...

In het waanzinnige apocalyptische boek Openbaringen ("If written today, we would deem it a horror story or dark fantasy", p.137) is Satan pas echt op de top van zijn boosaardige kunnen. Hij is nu de "Titan of Evil", zoals Wray en Mobley hem meermalen noemen. Als aanvoerder van een leger van demonen trekt hij ten strijde tegen de hemelse machten. Het is strijd en bloed en vuur en mythische chaosmonsters wat de klok slaat. Dit alles culmineert in een grande finale à la Zoroaster waarin de duivel wordt verslagen en het goede overwint. Het is goed te zien dat dit bijbelboek (deels) geschreven werd tijdens een periode van vervolging door, en intense haat jegens het Romeinse Rijk. Uitermate fascinerend leesvoer tijdens saaie kerkdiensten, kan ik u vertellen. Zelfs voor iemand die meer met sciencefiction heeft dan met fantasy!

Geen meesterwerk
Helaas is The Birth of Satan maar matig geschreven. De tekst loopt niet lekker, de (chronologische) lijn is vaak lastig te volgen en bepaalde claims hadden beter onderbouwd mogen worden. Voorbeeld: De behoefte aan een bevredigendere theodicee (als 'religious coping mechanism') als verklaring voor de introductie van Satan in het jodendom verdient een grondiger toelichting, passend bij de sleutelrol die het in het boek vervult. Ondanks de beperkte ruimte is er veel herhaling en zijn er in een poging het onderwerp 'hip' te maken zelfs zinloze verwijzingen naar de film Constantine toegevoegd. Inderdaad, die belabberde met Keanu "Single Facial Expression" Reeves. Hoe dan ook, 200 pagina's zijn niet genoeg om het veelomvattende onderwerp Satan te behandelen, zeker niet voor deze schrijvers. Het boek kan ondanks de fragmentarische structuur en het summiere karakter als naslagwerk functioneren, mede dankzij de handige samenvattingen aan het einde van ieder hoofdstuk. Bibliografie en voetnoten laten weinig te wensen over.

De conclusie in het laatste hoofstuk is wat tam. Na al het bewijs dat het boek presenteert, mogen de auteurs best een wat steviger stelling innemen als het gaat om de onwaarschijnlijkheid van het bestaan van de duivel. In plaats daarvan stellen ze erg genuanceerd (misschien om hun banen niet in gevaar te brengen?) dat Satan een functie heeft als symbool van het kwaad, en dat de kosmische strijdmythe mensen kan inspireren in hun gevecht tegen onrecht en andere ellende. Hoewel ik het met de schrijvers eens ben dat zo'n functie zijn waarde heeft, vind ik wel dat vage begrippen als Satan en het kwaad op praktischer niveau resoluut naar de achtergrond geschoven dienen te worden. Ze zorgen vooral voor verwarring en zinloze en gevaarlijke generalisaties. Gelukkig zie ik veel maatschappelijk en anderszins betrokken christenen die zich niet verliezen in prietpraat over 'geestelijke strijd' en liever gerichte actie ondernemen. Waarvoor hulde.

Persoonlijke anekdote
Zelf kon ik vroeger bijzonder weinig met de duivel, ook nadat ik hem mentaal had ontdaan van zijn cartooneske voorkomen met horens, rode huid en bokkenpoten (een uitdossing die volgens het boek terug te voeren is op de Griekse god Pan en de Kanaänitische demon Habayu). Het concept 'God' is toch een stuk intuïtiever, wellicht dankzij aansprekende predikaten als Hemelse Vader en Schepper. De duivel staat echter symbool voor alles wat eng, naar en vervelend is. Daardoor ontstaat een nogal abstract personage, dat, afhankelijk van de gelovige, te pas en te onpas op onwenselijke zaken kan worden geprojecteerd. Actueel voorbeeld: Toen Rage Against the Machine "Killing in the name of...!" brulde, plakte ik daar als jochie "...the Devil!" achter, gebaseerd op een behoorlijk achterlijk boekje over duivelse invloeden in popmuziek en mijn eigen ontzag voor woeste rockers.

Lezersvraag
De duivel is een personage dat door de eeuwen heen gaandeweg tot wasdom kwam. Dat is mij in ieder geval duidelijk na het lezen van The Birth of Satan. Hij maakt in de Bijbel een veel duidelijker ontwikkeling door dan God of de engelen. Zelfs christenen kunnen daar moeilijk omheen. Wat ik me nu afvraag is of een christendom zonder kosmische tegenstander mogelijk is. De auteurs denken van wel, zo geven ze aan het einde tussen de regels door te kennen. Ik heb die indruk ook, want veel christenen die ik ken schijnen prima te kunnen geloven zonder veel aandacht te schenken aan Satan. Ik zou graag willen weten wat mijn 2,8 lezers hiervan vinden. In welke mate houd jij rekening met de duivel? En is een christendom, of beter, een leven zonder symbolen van het kwaad mogelijk?

24-11-2009

Laatste aanwinsten

BOEK Boven is het stil, van Gerbrand Bakker. Ik kan Nederlandse romans niet blijven negeren, vandaar. Op de gok via Marktplaats gekocht, maar het is goed geschreven en de recensies blijken positief te zijn.

BOEK The Book of the Cosmos - Imagining the Universe from Heraclitus to Hawking, van Dennis Danielson (red.). Hoe dacht men vroeger en niet-zo-vroeger over het heelal? In de woorden van de denkers/wetenschappers van toen, met korte toelichtingen van de redacteur.

BOEK How to Live Forever or Die Trying – On the New Immortality, van Bryan Appleyard. De auteur verhaalt over de nieuwste vluchtpogingen in het zicht van Het Onvermijdelijke. Recensie.

DVD Hundstage, van Oostenrijker Ulrich Siedl. Net als landgenoot Michael Haneke een maatschappijkritische en nogal sadistische regisseur die met deze film een slopend werk heeft afgeleverd. Interview: "Dat mijn films, in tegenstelling tot die van Haneke, geen moraal zouden hebben, is onzin. Het goede en het kwade zijn bij mij wat moeilijker te onderscheiden. Je moet bij mij wat meer je best doen."

DVD A Man Escaped, van Robert Bresson. Naar wat ik heb gelezen een hele pure film, waarin de acties van de hoofdrolspeler de beelden sturen, en niet andersom. Zegt François Truffaut, dus dan zal er wel iets in zitten.

Verlanglijstje: de dvd's van The Death of Mr Lazarescu en Gomorra. Want alleen radicale films zijn het bezitten waard. Amen.

13-10-2009

Recensie: The Reluctant Mr. Darwin

Darwin en Calvijn: we worden dit jaar met beide heren doodgegooid, zeker als je zoals ik de website van Trouw leest. Ik moet toegeven dat ik niet veel over Calvijn weet; misschien komt dat nog. Over Darwin weet ik na het lezen van het goed geschreven The Reluctant Mr. Darwin van David Quammen in ieder geval iets meer.

Allereerst: leve de geschiedschrijving (en biografieën)! Als je erbij stilstaat, is het is het eigenlijk een enorm voorrecht om te kunnen lezen hoe een nieuwe theorie stukje bij beetje het levenslicht zag. Zonder boeken zie je als mens gedurende je leven alleen fragmenten en kleine aanwijzingen van grote veranderingen.

Het aantrekkelijke aan The Reluctant Mr. Darwin is dat het een kijkje in het persoonlijke leven van Charles Robert Darwin (1809–1882) combineert met zo'n fascinerende ontstaansgeschiedenis. Het boek beperkt zich grotendeels tot de periode van na De Reis tot aan de publicatie van Het Boek, wat een heel leesbare en relatief beknopte beschrijving van de man achter de mythe oplevert. Darwin blijkt een consciëntieuze, rustige gentleman te zijn geweest, die ondanks zijn voorzichtigheid een ambitieuze, originele denker met lef was. En dat was ook wel nodig om een theorie als de zijne te verkondigen.

In de 19e eeuw was intellectuele ontevredenheid met religieuze dogma's een voorname bron van wetenschappelijke vooruitgang. Darwin werd bijvoorbeeld zeer beïnvloed door Lyells nieuwe theorie van het uniformitarianisme. De geoloog stelde dat het catastrofisme (de theorie dat grote rampen, met de zondvloed als voornaamste, de wereld vormden) niet de beste verklaring was voor wat hij waarnam. Het was beter om de huidige situatie als sleutel naar het verleden te zien. Wat nu gebeurt, gebeurde altijd al. Of, om met de Prediker te spreken: er is niets nieuws onder de zon. De denkwijze van Lyell vroeg tegelijkertijd om een veel grotere geologische tijdschaal dan tot dan toe gebruikelijk was.

De theorie
Tijdens zijn beroemde reis met het schip de Beagle zag Darwin dat dierenpopulaties die vrijwel (of geheel) geïsoleerd op eilanden leefden, andere kenmerken dan soortgenoten elders begonnen te vertonen. Ten eerste verwonderde hij zich over het proces achter die diversificatie, maar ten tweede peinsde hij: "Als die veranderingen zich nou eens opstapelen over hele lange (Lyelliaanse) perioden, zouden er dan uiteindelijk geen nieuwe soorten ontstaan?" Dat week nogal af van het heersende idee dat God elke diersoort apart op de aarde had gezet. Dat besefte Darwin, en hij ging zeer voorzichtig aan de slag; er zat meer dan 20 jaar tussen zijn eerste vermoeden dat soorten in elkaar overlopen tot de publicatie van The Origin Of Species.

Omdat de genetica nog niet bestond, stond in het boek geen écht hard bewijs voor evolutie, maar Darwin wist met biogeografie (studie van de geografische verdeling van soorten), paleontologie (studie van fossielen), embryologie (studie van de ontwikkeling van embryo's) en morfologie (studie van de vorm en structuur van organismen) toch een hele sterke case te bouwen. Daarnaast was wat Darwin als dé drijvende kracht achter evolutie zag, natuurlijke selectie oftewel "survival of the fittest", ook vrij eenvoudig te beargumenteren. Toen het boek uitkwam, barstte de hel los, precies zoals Darwin verwachtte. Ook zijn tegenstanders zagen wel dat zijn theorie te veel potentie had en te goed onderbouwd was om als onzin terzijde te schuiven.

De gevolgen
Het duurde echter nog decennia totdat het wetenschappelijke establishment overtuigd was van Darwins gelijk. Dat kwam niet in de laatste plaats omdat het idee dat evolutie blind te werk lijkt te gaan, veel mensen tegen de borst stuitte. Zoals van een puur wetenschappelijk idee verwacht mag worden, is de evolutietheorie materialistisch en a-religieus. Er zit geen doel of richting in, alles is het gevolg van druk van de omgeving, competitie tussen organismen en de daaruit volgende kille selectie. Het allercontroversieelste was nog wel dat mensen volgens Darwin gewoon in die chaotische boom des levens thuishoren. Als agnost zat hij daar zelf niet zo mee; hij vond het juist indrukwekkend dat uit al die strijd en willekeur zulke prachtige levensvormen konden voortkomen.

Zijn diepgelovige vrouw Emma maakte zich echter grote zorgen over zijn zielenheil en schreef hem dat ze vreesde in het hiernamaals voor eeuwig van hem gescheiden te worden. De twee hielden veel van elkaar, en Darwin leed erg onder de gemeende zorgen van Emma. Hij bewaarde de brief zijn leven lang, en krabbelde naast haar ontboezeming: "Note, after I am gone, how many times I have kissed and cried over this." Aangrijpend. De botsing tussen wetenschap en religie in het klein? Misschien, maar in de kern was het een geval van twee verschillende wereldvisies op één kussen. Zij gelooft, hij niet. Het mooie is dat dit toch vrij fundamentele verschil van mening geen afbreuk deed aan de hechte relatie tussen Charles en Emma. Love conquers all. Een mooie, sentimentele noot om op te eindigen.

Epiloog (jaja...)
Hoe onzinnig ook, ik kan de verleiding niet weerstaan om me af te vragen wie nu het meeste heeft bijgedragen aan 'de mensheid', Calvijn of Darwin. Calvijn was een aanjager van de Reformatie en daarmee een nieuwe, kritischer manier van denken. Uit dat onafhankelijke klimaat, waarin ruimte was voor afwijkende meningen, kwam indirect de wetenschappelijke traditie voort waarin Darwin opereerde. Hoe enorm de invloed van de Reformatie ook was, het enige wat Calvijn & Co. deden was overgeleverde religie anders interpreteren. Oude wijn in nieuwe zakken.

Darwin zorgde daarentegen voor een ware revolutie in het kijken naar de wereld en onszelf. Door zijn werk realiseren we ons dat we intens verbonden zijn met —en dus afhankelijk zijn van— de natuur, als een radertje in het grote geheel. Een nederigmakende observatie die in het traditionele christendom eigenlijk ontbrak. Wel handig nu er bijna 7 miljard van ons zijn. Buiten dat waardeer ik Darwin net als alle andere wetenschappers om het feit dat ze hun leven wijdden aan het vermeerderen van onze collectieve kennis. Misschien kunnen ze niet anders, is het een roeping die ze zelf niet begrijpen, maar het is en blijft monnikenwerk dat decennia kan duren, met een hoogst onzeker resultaat. Ga er maar aan staan.

22-07-2009

Recensie: On the Road & Trilobite

Met pijn in het hart en een gevoel van schaamte leg ik twee boeken opzij. Ik kom maar niet door On the Road en Trilobite heen. Het moment is aangebroken om de handdoek in de ring te gooien. De liefde voor het lezen mag niet onder een paar taaie boeken lijden. Toch twee korte recensies.

ON THE ROAD
De kans is groot dat u al eerder van dit werk van Jack Kerouac gehoord heeft. De mythische status van het boek was ook de reden dat ik hem kocht. Het is één groot reisverslag, geschreven als een gedachtenstroom. De vertelvorm geeft de geestesgesteldheid van Kerouac en zijn vrolijke kornuiten weer: het leven is voor deze 'beatniks' een zoeken naar een doel, het geluk, een bestemming. Avonturen volgen elkaar in rap tempo op, nergens wordt te lang bij stilgestaan door Sal Paradise, de zwaar melancholische verteller.

Dat is meteen het probleem van het boek: op de helft is nog steeds geen plot te onderscheiden. In elke plaats gebeurt ongeveer hetzelfde (men wordt dronken, gebruikt wat drugs, rotzooit met vrouwen) en de route wordt bevolkt door "sad and sweet kids", als je Sal moet geloven. Al zijn medereizigers zijn oneindig interessant en diepzinnig en vrijgevochten. Toch ligt desillusie ligt op de loer en op de helft weet je als oplettende lezer wel waar het naartoe gaat. De zin om daar daadwerkelijk te belanden was er bij mij op een gegeven moment echter af.

Het moet gezegd worden dat Kerouac met zijn treffende sfeertekening het onzekere reizende bestaan tot leven laat komen; geen enkele man in z'n twintiger jaren zal zonder jaloezie kennisnemen van de wederwaardigheden van deze groep vrijbuiters. Ik sluit niet uit dat ik deze klassieker (op dit moment verfilmd door Walter Salles (o.a. The Motorcycle Diaries)), nog eens ter hand neem. Misschien als ik op het punt sta 30 te worden...

TRILOBITE: EYEWITNESS TO EVOLUTION
De volgende quote van de Britse paleontoloog en schrijver Richard A. Fortey is veelzeggend: "I'd like to return to the atmosphere of the 19th century, when science was seen as romantic and people wrote books with titles like ‘The Romance of Stones'." Uit het boek van Fortey ademt deze liefde voor de romantische kant van de wetenschap: het wroeten in de grond en het nauwkeurig vergelijken van honderden fossielen in stoffige kabinetten van gerenommeerde universiteiten. Deze man is verliefd op zijn specialisme, de trilobiet, een tor-achtig beestje dat ongeveer 500 miljoen jaar geleden op de bodem van de oceaan rondkroop.

Zoals bij veel andere populair-wetenschappelijke boeken gebruikt Fortey een favoriet onderwerp als kapstok om er een heel verhaal over geologie, evolutie en de wetenschap in het algemeen aan op te hangen. Zo wordt onder meer duidelijk hoe competitief en achterbaks het academische wereldje kan zijn, met geleerden die te trots zijn om hun ongelijk toe te geven en hun 'tegenstanders' liever en publique beledigen. Oud nieuws, maar leuk gebracht door Fortey. Een feitje waar ik echter wél enorm van opkeek is dat trilobieten ogen van kristal hadden. Ja, je leest het goed. Als enige diersoort ooit hadden ze geen ogen van organisch materiaal, maar van doorzichtig, keihard calciet. Een fantastisch voorbeeld van de vreemde routes die het leven kan nemen.

Ook vermeldenswaardig is Fortey's theorie over de raadselachtige Cambrische Explosie, een periode waarin er in korte tijd (70-80 miljoen jaar) opeens veel nieuwe groepen organismen ten tonele verschenen, de ene nog bizarder dan de ander. Of zo lijkt het, tenminste. Volgens Fortey was er geen sprake van plotseling toegenomen groepenvorming door versnelde evolutie, maar van versnelde groei van bestaande soorten. Om de groei van de weekdiertjes letterlijk te ondersteunen, werd het bezitten van een uitwendig skelet (lees: schelp) van belang. Pas toen die skeletten verschenen, lieten dode dieren fossielen achter, waardoor de illusie van een explosie van soorten werd gewekt. Boeiend, boeiend.

Datzelfde kan niet gezegd worden over trilobieten in het algemeen. Behalve wanneer je die beesten decennia lang bestudeerd hebt, zijn ze niet interessant genoeg voor een heel boek. Veel recensenten op het web zijn het me me oneens, maar Richard, old boy, I'm terribly sorry that I don't share your passion. Now, let's have another cup of tea, shall we?

23-04-2009

Slecht, slechter, de slegste

Bij een gemiddelde boekhandel kom ik vaak naar buiten met een (afgeprijsd) boek of in ieder geval een nieuw wensenlijstje. Bij De Slegte slaag ik bijna nooit. Waarom?!

Dit is mijn theorie: zodra je De Slegte binnenstapt, word je overstelpt met een karrenvracht aan tweederangs boeken, restpartijen die geen enkele andere winkel blieft. Waar je ook kijkt, zie je ontelbare esoterische prullen over astrale engelen en magische kristallen en andere volksverlakkerij, net-niet-actuele kunstboeken en de eeuwige WOII-plaatjesboeken over vliegtuigen. Troep dus. Resultaat: je móet van jezelf het ene zwakke lichtpuntje aanschaffen om de murwmakende zoektocht de moeite waard te laten lijken. Met andere woorden, er wordt bewust een literaire woestijn gepresenteerd, met op een onverwachte plek een oase van lees'plezier'. KA-CHING! zegt de kassa. Nou ja, de winkelketen loopt niet niet helemaal lekker, dus is het eerder ka-ching.

Probleem is dat dat concept niet werkt bij mij. Ik denk tegenwoordig zelfs diep na over de aanschaf van een boek van 4 euro ('Vind ik dat onderwerp écht interessant? Kan ik me voorstellen dat ik het boek écht ga lezen?' etc). Dit soul searching lijkt misschien overdreven, maar als je aan verzamelgekte lijdt, is zelfbeheersing erg belangrijk. Al heb ik laatst gewoon een tweede plaatjesboek over de schilder William Turner gekocht. Wat me precies aantrekt aan zijn rustieke vergezichten weet ik niet precies, maar mezelf kennende zullen melancholie en romantiek er iets mee te maken hebben. Ik zou wel meer kunst- en fotografiegerelateerde boeken willen hebben, zoals deze, maar die zijn doorgaans verschrikkelijk duur. Jammer, want ze leren je een nieuwe manier van kijken naar de wereld. En bovendien: een plaatje, 1000 woorden, etcetera. Dus het is nog een efficiënte tijdsbesteding ook!

Van het tweedehandse aanbod van De Slegte wordt een mens ook niet echt vrolijk. Een beetje boek kost al snel meer dan 10 euro, terwijl je voor hetzelfde (of ietsje meer) geld gloednieuwe exemplaren op sites als eBay, Snazal of BetterWorldBooks (sympathieke toko!) kunt vinden. Ik zou zeggen, maak een PayPal-account aan en betreed ook die wereld van enorme keus en lage prijzen! Niet overtuigd? Bekijk dan eens deze aanbieding op eBay. Een prima dvd, samen met het boek waarop de film werd gebaseerd, voor nog geen 4,5 euro. Da's inclusief verzendkosten vanuit Engeland! Kom daar maar eens om bij Bol.com, laat staan bij De Slegte of welke andere fysieke winkel dan ook.

Nog een gelukstreffer waar ik blij van werd, is het boek Cosmopolis: The hidden agenda of modernity dat ik op een boeken- cq. rommelmarkt in Haarlem kocht voor een schappelijke 5 euro. Had ter plekke even snel via m'n iPhone de mobiele Amazon.com site gecheckt (superhandig in the field) en daar gezien dat het een klassieker was. Ik heb me nooit echt iets kunnen voorstellen bij de begrippen moderniteit en postmoderniteit, dus enige prikkeling op dat gebied is welkom. Kan ik eindelijk meepraten met mijn filosofisch onderlegde vrinden. Of tenminste doen alsof.

15-04-2009

Recensie: Lord of the Flies

Nu ik Lord of the Flies uitheb, vraag ik me af waarom ik er máánden over deed om deze roman uit te lezen. Iets meer dan 200 pagina's zijn niet onoverkomelijk en bovendien is het boek meeslepend in al zijn trieste schoonheid. Het zet zelfs aan tot denken!

Eén en ander kan aan mijn beroerde leesdiscipline hebben gelegen, maar dat ga ik hier natuurlijk niet bekennen en dus schuif ik het maar op het wollige taalgebruik in de eerste hoofdstukken. Dat doet het boek soms ouder lijken dan het is (jaar van publicatie: 1954), maar dat kan aan mij liggen. Wat wél zeker is, is dat Lord of the Flies een meeslepend verhaal is. William Golding gaat recht op z'n doel af en de tekst komt zo wat sober over; er zijn geen loze scènes te vinden, alles wat gebeurt en gezegd wordt, staat in dienst van het verhaal. Toch is dat dat geen beletsel voor soms wonderlijk mooie omschrijvingen. Ik kan even niet snel zo'n passage vinden, maar geloof me, he's got a way with words!

Iets anders waar Golding in uitblinkt, is het verzinnen van een interessant uitgangspunt. Want zeg nou eerlijk, bestaat er een avontuurlijker scenario voor een verhaal dan een jongenskoor dat op een onbewoond eiland crasht en het alleen moet zien te rooien? De lezer die een romantisch Robinson Crusoë-achtig relaas verwacht, komt echter bedrogen uit. Golding is namelijk niet optimistisch over de menselijke aard. Beschaving lijkt in zijn boek maar een dun laagje vernis op een zee van barbarij. Er zijn enkele goedwillende personages, zoals de geboren leider Ralph. Hij probeert de groep kinderen in het gareel te houden om zo redding mogelijk te maken. Hij wordt daarbij bijgestaan door 'Piggy', een dikkerd die niet serieus wordt genomen door de rest van de jongens. Jammer, want hij heeft de meeste brains van allemaal; zijn ideeën klinken alleen niet aantrekkelijk genoeg.

Jack, Ralphs jaloerse tegenstrever, weet wél hoe hij mensen enthousiast kan maken en vormt al snel een groep jagers. Met jachtpartijen op de inheemse wilde zwijnen en wilde feesten weet hij de stemming er al snel in te krijgen, zonder dat er echte vooruitgang geboekt wordt. Natuurlijk, het vlees smaakt erg lekker na weken van alleen maar fruit en Jacks stoere woorden geven hoop, maar een realistisch langetermijnplan heeft hij niet. Het lijkt verdorie Geert Wilders wel. Het boek staat bol van de symboliek. Op het web zijn er veel sites die daarop ingaan - vast gemaakt voor en door vele wanhopige scholieren voor wie het boek verplichte kost is en daarom alle glans verliest (zo verging het mij in VWO6 tenminste... bah!). Maar ik dwaal af.

Tussen de flarden kritiek op foute vormen van politiek en religie komt het thema 'beschaving versus chaos' het duidelijkst naar voren in het boek. Door de millennia heen hebben filosofen en religieuze denkers de menselijke toestand omschreven als een continue worsteling met de onvoorspelbare grappen en grillen van het universum. Beschaving is vanuit dat perspectief gezien een manier om de verwildering en willekeur buiten de deur en in onze diepste krochten te houden. Samen staan we sterker, is het idee... áls mensen er persoonlijk voor kiezen om mee te werken. Golding benadrukt die essentiële rol van het individu:
The theme is an attempt to trace the defects of society back to the defects of human nature. The moral is that the shape of a society must depend on the ethical nature of the individual and not on any political system however apparently logical or respectable. The whole book is symbolic in nature [spoilers; selecteer om te lezen:]except the rescue in the end where adult life appears, dignified and capable, but in reality enmeshed in the same evil as the symbolic life of the children on the island. The officer, having interrupted a man-hunt, prepares to take the children off the island in a cruiser which will presently be hunting its enemy in the same implacable way. And who will rescue the adult and his cruiser?
De maatschappij rust volgens Golding dus op de ethische overtuiging van elk individu; begrijpelijk dat je dan wat pessimistisch wordt. Regisseur Peter Brook, die het boek in 1963 verfilmde met behulp van een echte roedel jochies op een echt onbewoond eiland, was na de opnames nóg zwartgalliger:
“People always ask whether the children understood and what effect it had on them ... My experience showed me that the only falsification in Golding’s fable is the length of time the descent to savagery takes. His action takes about three months. I believe that if the cork of continued adult presence were removed from the bottle, complete catastrophe could occur within one long weekend.”
Ik kan mezelf wel vinden in het pessimisme van Golding en Brook. Dat lijkt misschien vreemd, omdat ik me humanist noem, en humanisten zijn doorgaans onverbetelijke optimisten die niks willen weten van iets als inherente slechtheid van de mens. Maar er is bewijs genoeg dat als de omstandigheden 'juist' zijn, een persoon ten prooi valt aan instincten die tegen zijn eigen welzijn en dat van anderen ingaan. Neem alleen al de sociologische experimenten van Milgram en de beruchte in de gevangenis van Stanford. En dan hebben we het nog over beperkte tests in een gecontroleerde omgeving. In een (mini-)maatschappij kan onnadenkend kiezen voor het volgen van egoïstische, gewelddadige instincten leiden tot het verdriet, lijden of zelfs de dood van anderen.

Goldings standpunt is duidelijk: vrede en samenwerking kosten veel denkwerk en inzet, en mensen kunnen de benodigde motivatie en zelfbeheersing lang niet altijd opbrengen. Zelfs niet als samenwerking door omstandigheden een kwestie van leven of dood is. Daarbij vergeef ik het hem dat hij z'n theorieën op jochies projecteert die niet ouder zijn dan een jaar of 10 — dat was ongetwijfeld om zijn boodschap sterker te maken. Kinderen zijn immers de onschuld zelve (willen we graag geloven) en als die elkaar halfnaakt en besmeurd met vuil en oorlogskleuren naar het leven staan, zijn de woorden op het eind extra tragisch: "Ralph wept for the end of innocence, the darkness of man's heart..."

Ik weet wel dat als ik een situatie als in het boek terechtkwam, ik samen met Ralph (ben niet zo'n leidersfiguur) vanaf het begin zou hameren op het feit dat een gebrek aan samenwerking onze dood zal betekenen. Of zou ik — angstig en onzeker — toch Jack volgen, zodat ik me kan wentelen in een bedwelmend bad van geweld, bijgeloof en machtsvertoon? Ik ben vast niet de enige die zich dat afvraagt. Dus wie doet er deze zomer mee? Lord of the Flies 2: Massacre on Rottumerplaat

10-02-2009

Boeken zijn heilig

De Duif, afgelopen donderdag, 16.00 uur. Weer eens wat anders, tussen de boeken snuffelen in een kerk. Eerst speelde een oude heer rustieke stukken op een vleugel, later begon plots het orgel te bulderen.

"Godverdomme, wat een teringherrie", zei een man in de rij voor de kassa, waarmee hij resoluut een aards tintje aan de verder hemelse middag gaf. Alhoewel, hemels... Heb voor mijn doen maar een magere oogst binnengehaald:

Shane (BFI Film Classics) (€0,95), dun boekje over de totstandkoming van een favoriete western van mij, zie ook de beknopte recensie (mijn toekomstige filmrecencies zullen overigens wat langer van stof worden)
25 Jaar Nederlandse Poëzie 1980-2005 - In 666 en een stuk of wat gedichten (€7,50), omdat bloemlezingen een goede manier zijn om met verschillende soorten poëzie in aanraking te komen. Kwestie van in het wilde weg bladeren en je laten verrassen door dat wat je tegenkomt.
Contemporary Paganism – Listening people, speaking earth (€2,-), omdat ik paganisme een interessant fenomeen vind. Het boek is toegankelijk geschreven, maar ik zal het hoogstens als naslagwerk gebruiken. De schrijver is zelf een paganist en doceert aan de Open University. Vanwege de flinke bibliografie geef ik het boek het voordeel van de twijfel.

04-12-2008

We are all made of stars

Donderdag 27 november was een sombere, donkere dag. De egaal grijze winterhemel waagde het ook nog eens te gaan regenen toen ik vanuit het centrum terugfietste naar huis. Het enige lichtpuntje dat me overeind hield, zelfs na een bijna-botsing met een &%$#!@ toeriste, was het boekje dat ik in m'n tas had.

Dat Stardust: supernovae and life, the cosmic connection maar €3,95 kostte, was genoeg om een glimlach op mijn gezicht te toveren. Maar daarbovenop behandelt het een onderwerp waar ik al een tijd meer over wil weten: het verband tussen supernova's en ons bestaan. Je hebt vast weleens gehoord van die krachtige explosies van uitgebrande sterren die bezwijken onder hun eigen gewicht. In 1572 bracht een met het blote oog zichtbare supernova het dogma dat het heelal onveranderlijk was aan het wankelen. Nog steeds komen er ongeveer vijf sterren per jaar op deze brute manier aan hun eind in ons Melkwegstelsel.

In tegenstelling tot de meeste explosies veroorzaken supernova's niet slechts destructie; ze brengen ook mooie dingen voort. Planeten, bijvoorbeeld, en mensen. Vlak na de oerknal bevonden zich praktisch alleen de lichte elementen waterstof en helium in het heelal. Die alomtegenwoordige wolken klonterden door de zwaartekracht samen en vormden zo de eerste generatie sterren. Die maakten in hun kern gedurende hun leven door nucleosynthese de eerste zwaardere elementen en tijdens hun explosie nog een paar die zwaarder waren dan ijzer. De volgende generatie strooide net zo kwistig met sterrenstof. Resultaat: een universum dat steeds rijker werd aan elementen.

Onze zon, en dus ook wij, behoren tot de derde generatie van dit gigantische recyclingproces. Inmiddels zijn er 88 elementen bijgekomen in het heelal, waaronder een paar erg nuttige, zoals zuurstof en koolstof, waar wij voor het grootste gedeelte uit bestaan. Zonder ploffende sterren zweefden we bij wijze van spreken nu nog rond in een wolk waterstof. In het donker. En dat is vreselijk saai. Dus repeat after me: DANK JULLIE WEL, LIEVE STERREN!!

Plaatjes enzo
Een ontplofte ster laat een boel rommel achter, vaak in de vorm van een ruwweg bolvormige nevel. De Krabnevel is daar een goed voorbeeld van. Sommige nevels zien er oogverblindend mooi uit, zoals de Adelaarsnevel (met Pilaren der Schepping in het midden) en de majestueuze Carinanevel (enorme foto, maar het wachten waard!). Als je goed kijkt zijn in de laatste bolwolken te zien, waarin nieuwe sterren worden geboren. En zo is de cirkel weer rond...


24-07-2008

Als E.T. ons belt

Grote kans dat bij het lezen van de titel uw mondhoeken iets omhoog krulden. Niet zo gek, want aliens hebben een hoog giechelgehalte. Maar stel dat wetenschappers morgen met het nieuws naar buiten komen dat ze een buitenaards signaal hebben opgepikt. Of dat er een buitenaards bouwwerk in ons zonnestelsel is aangetroffen. Wat zal jouw reactie en die van anderen zijn? Gegiechel?!

Over die vraag, en heel veel andere, gaat het boek Contact With Alien Civilizations – our hopes and fears about encountering extraterrestrials. Het eerste lijvige werk (460 blz.) waar ik een recensie over schrijf is ook meteen een bijzondere. Ik was enigszins verbaasd dat er over het onderwerp 'contact' zoveel te vertellen was, maar eigenlijk is dat wel logisch: de mogelijke implicaties van contact met intelligent buitenaards leven beslaan allerlei gebieden, van veiligheid tot religie, en van wetenschap tot politiek.

Voordat ik het boek aanschafte, heb mezelf eerst verzekerd van het feit dat schrijver Michael A. Michaud niet de zoveelste ufo-freak was. Ik was verheugd te ontdekken dat hij hoge functies bekleedde voor het US State Department op het gebied van wetenschap en technologie. Hij hield zich daarnaast bezig met internationaal ruimtevaartbeleid en schreef tientallen artikelen en papers over contact. Kortom, deze man weet waar hij het over heeft.

Onderwerpen + gissingen
Contact With Alien Civilizations bevat zoveel hoofdstukken en subkoppen dat de rode lijn een beetje moeilijk te volgen is. Het boek gaat in op (historische) denkbeelden over buitenaardsen, de kans op het bestaan van buitenaardse beschavingen, over de zoektocht ernaar, mogelijke kenmerken van zulke beschavingen, mogelijke vormen van contact, positieve en negatieve consequenties van contact, reacties vanuit de maatschappij op contact, mogelijke redenen voor de 'radiostilte' die we tot nu toe ervaren, denkfouten die over de kwestie gemaakt worden, de rol van de mensheid in een buitenaardse community en tenslotte de voorbereidingen die gepleegd moeten worden (pfff, geen wonder dat ik zo lang over dit boekwerk deed!).

Woorden als 'might' en 'may have' komen erg vaak langs, wat af en toe irriteert, maar begrijpelijk is. Voordat er daadwerkelijk onderzoeksmateriaal beschikbaar komt, rest er niets anders dan onderbouwd gissingen doen. Gelukkig heeft Michaud dat door en beperkt hij zich bijna uitsluitend tot het geven van een onbevooroordeeld overzicht van de heersende denkbeelden. Dat doet hij voornamelijk door anderen te quoten - het boek telt 71 pagina's aan referenties! Carl Sagan komt vaak voorbij, net als Jill Tarter, Paul Davies, Arthur C. Clarke, en meer van dat soort wetenschappelijk verantwoorde visionairen. Uitspraken van onverbeterlijke optimisten als Carl Sagan worden tegenover meer 'nuchtere' opvattingen over de kansen en gevolgen van contact gezet.

Zingeving + krakende planken
Michaud probeert ook de prangende vraag te beantwoorden waaróm zoveel mensen sterk in buitenaardse wezens geloven. Hij suggereert dat hier dezelfde menselijke eigenschap aan ten grondslag ligt die religieus denken heeft voortgebracht. Het geloof in aliens lijkt immers veel op dat in bovennatuurlijke wezens: er is geen bewijs voorhanden en het komt voort uit een verlangen naar zingeving, leiding en inspiratie. Een astronoom noemde SETI een "technologische zoektocht naar God", een zoektocht die volgens Michaud een filosofisch en spiritueel vacuüm vult dat de moderne wetenschap heeft achtergelaten. Zoals ik het zie is het voor rationeel ingestelde mensen een acceptabele vorm van geloven in iets 'hogers'; dat zou meteen verklaren waarom met name hoger opgeleiden geloven in buitenaardse intelligenties.

Wat betreft het verband tussen religie en aliens vond ik de volgende quote van sciencefictionschrijver Brian W. Aldiss wel treffend (vrij vertaald):
"Een vertrouwheid met het niet-menselijke is een fundamentele menselijke eigenschap. Een grote verzameling van geesten, spoken en andere mythische schepsels heeft de mensheid door de eeuwen heen vergezeld. Waar religie bijgeloof overtroeft, wordt boven deze ondergeschikten een nóg indrukwekkender stoet aan fictieve wezens opgesteld: de goden en godinnen. (...) De meest recente manifestatie van de krakende vloerplanken van de hersenen is het interessantst: het buitenaardse wezen dat vanuit de ruimte arriveert."
Een controversiële stelling? Misschien, maar de overeenkomsten zijn te groot om te negeren. Neem de woorden 'bovennatuurlijk' en 'buitenaards'; ik vind dat die praktisch dezelfde gevoelswaarde hebben.

Reacties + filosofische impact
Zoals ik al zei, worden in het boek ook de mogelijke maatschappelijke effecten van contact besproken. Michaud zegt dat onderzoek suggereert dat hoe mensen reageren op contact afhangt van de overtuigingen die ze daarvoor al hadden. Antropocentrisch ingestelde (of: mensgerichte) personen zien het minste gevaar in contact, en religieuze mensen het meeste. Het paradoxale is wel weer dat religies die mensgericht (en op openbaring gebaseerd) zijn, mogelijk het vijandigst zullen reageren. Sommige gelovigen zullen denken dat de aliens manifestaties van de duivel zijn. Naar mijn idee puur omdat dat de enige beschikbare plaats is voor zulke fenomenen in hun relatief gesloten wereldbeeld.

De astronoom Harlow Shapley noemde de verandering in denken na contact de 'Fourth Adjustment', oftewel de Vierde Aanpassing: na het geocentrisme, heliocentrisme en galactocentrisme (de melkweg als middelpunt van 't heelal) zal ook het antropocentrisme dan het loodje leggen. De mens is in dat geval niet meer het middelpunt van het heelal, maar "slechts één van de biochemische processen in een universum dat zelfbewust wordt", zoals Michaud het zo mooi mystiek weet te zeggen. De mensheid als onderdeel van een samenleving van intelligente soorten. Wat een impact zou dat idee hebben! Ik kan me er eigenlijk geen voorstelling van maken. Van een ontzagwekkende, maar uiteindelijk nietszeggende leegte zou deep space veranderen in bewoonbaar gebied met iets nieuws achter elke nevel.

Christendom + aanbevelingen
Toch zullen de meeste mensen snel aan het idee gewend raken; homo sapiens is nu eenmaal flexibel, zeker als hij geen keuze heeft. Hoewel rabiate atheïsten graag anders beweren, zal de ontdekking van een buitenaardse beschaving niet het einde betekenen van religie. In dit boeiende artikel merkt iemand op dat het christendom eerdere wetenschappelijke revoluties heeft overleefd, inclusief de ingrijpende evolutietheorie van Darwin; waarom zou deze er niet bij kunnen? Of zoals de katholieke filosoof Musso het zegt: de meest gangbare positie in de christelijke wereld is wachten en kijken wat er gebeurt. Al zal er in orthodoxe kringen ongetwijfeld een beweging à la het creationisme opstaan die zich hevig zal verzetten tegen deze nieuwste, goddeloze aanpassing in denken. Anderen zullen juist aan interstellaire zending willen doen.

Aan het eind van zijn boek doet Michaud waar hij het beste in is: aanbevelingen doen over de voorbereidingen op contact. Regeringen moeten volgens hem de zoektocht naar buitenaards leven serieus nemen, omdat contact grote gevolgen kan hebben voor een land en zelfs de hele mensheid. Er moet volgens Michaud veel dingen afgesproken worden, ook internationaal. Hoe wordt het nieuws bekendgemaakt aan de bevolking? Worden alle landen geïnformeerd, en welke worden bij nadere stappen betrokken? Wie wordt er bij het opstellen van een antwoord betrokken, en wat moet er precies in staan? Wie doet het woord? Moeten we dingen verzwijgen? Zo ja, wat? Wie beslist daarover? Etcetera, etcetera. Tijdens het lezen kreeg ik af en toe de indruk dat ik een sciencefictionroman verzeild was geraakt, maar Michaud heeft wel een punt. Regeringen horen voor zeer ingrijpende gebeurtenissen plannen klaar te hebben liggen, hoe klein de kans ook is dat ze plaatsvinden.

Mijn inschatting + een hotel
Hoe ik na het lezen van het boek over de kansen op contact denk? Nogal pessimistisch. De voorwaarden ervoor lijken zo talrijk en strikt te zijn, dat het erg onwaarschijnlijk is dat onze soort het zal meemaken. En áls er communicatie is, dan is het hoogstens een toevallig opgepikt signaal; eenrichtingsverkeer dus. Buitenaardse wezens die daadwerkelijk in ruimteschepen op aarde landen, zal men alleen in films zien. Wat ik wél denk, is dat er ander intelligent leven bestaat of bestond, ergens in het onmetelijke heelal, ooit in haar bijna 14 miljardjarige bestaan. We zullen er alleen geen contact mee hebben. Die wezens zijn al uitgestorven, niet ver genoeg ontwikkeld, te vér ontwikkeld, te anders, te ver weg... of ze hebben domweg geen interesse in contact. Het is immers maar de vraag hoe wijdverbreid onze neiging is om 'krakende vloerplanken' te horen.

Maar ik zal niet ontkennen dat ik blijf hopen. Hopen op een krantenkop als 'Radioastronomen vangen buitenaardse boodschap op!'. Zo'n gebeurtenis zou namelijk betekenen dat het heelal bárst van het leven, of anders gezegd, dat het de inherente eigenschap bezit om leven en bewustzijn voort te brengen. Dat is gewoon een mooie en spannende gedachte. Het is dan alsof we ons plots realiseren dat we één kamer bewonen in een enorm, volgeboekt hotel. En dat vooruitzicht maakt de hele zoektocht zo verleidelijk. Ik zal in ieder geval geen moeite hebben met het idee dat wij als intelligente, creatieve en zelfbewuste soort niet alleen zijn in dit heelal. Integendeel zelfs. En jij?

24-06-2008

10 dingen die ik leerde...

...tijdens het lezen van Bart Middelburgs 'De Dominee' over Klaas Bruinsma, de wijlen onderwereldkoning van Amsterdam:

1. De aloude drugsdealerswijsheid "don't get high on your own supply" zegt mafiabazen zoals Bruinsma niet zoveel.
2. Naast Top Gear en voetbal zijn ook drugssmokkel en het witwassen van geld blijkbaar typische mannendingen.
3. Justitie in Nederland pre-1990 zag Bruinsma's organisatie geheel over het hoofd en was dus enorm naïef, corrupt, of allebei. Ik gok het eerste.
4. Mafiabazen hebben graag worstelaars en kooivechters als bodyguard, hoewel aanslagen meestal met vuurwapens worden gepleegd. Dus vanwaar toch die voorkeur voor gespierde boyz in de bloei van hun leven...?
5. Zelfs collega's zijn onbetrouwbaar in de onderwereld, en toch verenigt men zich in grote organisaties, om zich uiteindelijk te laten verraden of vermoorden door een collega.
6. Undercover politie-observanten doen hun werk niet echt goed. Bruinsma werd 'de Dominee' genoemd mede omdat hij op straat op observanten af stapte en hele preken hield over waarom hij nooit gepakt zou worden.
7. Mafiafiguren relaxen op een vrije avond graag in bordelen, om daar zo nu en dan de boel kort en klein te slaan of gezellig een rivaal met de dood te bedreigen.
8. Criminelen zijn hip en modern. Bruinsma & kornuiten communiceerden in de 80'er jaren al met behulp van pagers/buzzers, terwijl de rest van Nederland die toen vooral van Amerikaanse films kende.
9. Het verschil russen boven- en onderwereld doet er in de financiële en notariële sector niet echt toe: de georganiseerde misdaad loopt er de deur plat.
10. De stap van hartstikke rijk naar hartstikke dood is erg klein als je mafiabaas bent. Zeker als je je op een gegeven moment als een malloot begint te gedragen.

'De Dominee' is een redelijk onderhoudend boekje met een, naar mijn mening, te encyclopedisch karakter. In 1985 deed Bruinsma zus, in 1986 deed ie zo, enzovoort. Ook enkele witwasconstructies worden gedetailleerd uit de doeken gedaan, waarbij ik al snel afhaakte. Ik wilde spanning en walging voelen, maar Middelburg veroorlooft zich amper literaire frivoliteiten. Behalve in de laatste alinea's van de hoofdstukken, die vervolgens een beetje uit de toon vallen.

Het is bizar om te beseffen dat in de stad waar ik zeer regelmatig in rondfiets vele panden in het bezit zijn geweest van een organisatie die bedreigde, afperste, moordde en in vele tonnen drugs handelde. Nog bizarder is de realisatie dat er nog steeds zulke mafia-achtige organisaties in de stad bestaan, zonder dat justitie ze vooralsnog iets kan maken. Gelukkig wordt de georganiseerde misdaad nu wél serieus genomen.

Saillant detail is dat auteur Middelburg op de executielijst van Bruinsma stond. Als dat tenminste waar is. In dit genre blijft het vaak gissen wat feitelijk is en wat speculatie. Ik geef de schriijver het voordeel van de twijfel omdat veel van zijn info rechtstreeks afkomstig is van een bodyguard en vertrouweling van Bruinsma.

Ik geef het boekje ondanks de minpunten een 6/10. Gewoon, omdat het me van de straat hield (en wie weet zelfs uit de criminaliteit).

29-04-2008

Een atheïst in de kerk

'Deksels,' dacht ik toen ik de samenvatting van I Sold My Soul on eBay las, 'dit is het boek dat ík had willen schrijven!' Als ik erbij zeg dat de subtitel Viewing Faith Through an Atheist's Eyes luidt, begrijp je misschien waarom. Ik heb het spanningsveld tussen geloof en ongeloof altijd al interessant gevonden.

In 2006 zette de jonge Amerikaanse atheïst Hemant Mehta zijn ziel te koop op eBay. Symbolisch, dat wel, want hij gelooft niet in een ziel. Degene die de online veiling won, mocht Mehta naar elke kerk naar wens sturen, zo vaak hij of zij wilde. Mehta's plan veroorzaakte een hoop media-aandacht en werd een groter succes dan hij had verwacht. Eigenaar van zijn ziel werd Jim Henderson, christelijk schrijver en voormalig predikant, voor maar liefst $500 (of is dat een koopje voor een ziel?). Zijn opdracht: bezoek een heleboel verschillende kerken.

Daar kon Mehta zich wel in vinden, want de voorzitter van de Secular Students Alliance en eigenaar van de weblog friendlyatheist.com is een voorvechter van wederzijds begrip. Zodoende vereerde hij al aantekeningen makend 13 kerken met een bezoek. Daaronder bevonden zich lutheraanse, presbyteriaanse, baptistische en charismatische gemeentes, in grootte uiteenlopend van enkele tientallen tot duizenden zielen. Bij de ene leidde een vrouw de dienst, bij de andere stond er een hele blazerssectie op het podium te spelen, en bij weer een andere keek Mehta tegen een woud van omhooggestoken armen aan. Zijn 'recensies' bundelde hij in dit boek.

Zijn voornaamste vraag was: hoe toegankelijk zijn de kerken voor atheïsten en agnosten? Het is bijna onvermijdelijk dat een kritische buitenstaander zoals Mehta wat aan te merken had op dingen die hij zag. De voornaamste waren:
• Slechte sprekers die hun publiek niet weten vast te houden, die te abstract over het geloof praten. Herkenbaar: ik wist vroeger vaak een half uur na de preek al niet meer waar die over ging.
• Een tactloze opstelling jegens niet- en andersgelovigen. Ook herkenbaar: ik heb als atheïst vaak liederen of preken moeten aanhoren waarin naar mij verwezen werd als goddeloos, boosaardig en verloren. Niet bepaald uitnodigend, zo vindt ook Mehta.
• Storende elementen zoals gezwaai met de armen van mensen die elkaar lijken te willen 'out-praisen', extatisch geroep en gebrabbel om je heen, camera's en andere apparatuur die het zicht op het podium belemmeren.
• Een spreker die zijn bronnen niet goed checkt en feitelijke onjuistheden als waar verkondigt. Autoriteit brengt verantwoordelijkheid met zich mee.
• Geen ruimte voor vragen, ook niet bij controversiële onderwerpen; de predikant doet zijn (blijkbaar onfeilbare) zegje en verdwijnt na afloop, geen discussiebijeenkomst voor mensen die uitleg willen.
Mehta geeft ook een paar nuttige adviezen:
• Toon als kerk maatschappelijke betrokkenheid; het is dé manier om je positief te profileren. Snoert mensen die zeggen dat religie tot ellende leidt de mond. En niet alleen in christelijke initiatieven investeren, alsof die het alleen waard zijn.
• Trek goede sprekers aan die humor en persoonlijke anecdotes in hun preek verwerken en die zo de aandacht vasthouden en het geloof tastbaar maken.
• Geef relevante preken die betrekking hebben op het leven van alledag, want de meeste mensen komen niet naar de kerk voor een droge bijbelstudie.
• Geef de ruimte aan tegengestelde opvattingen. Volgens Mehta heeft het alleen maar voordelen als er bijvoorbeeld eens een atheïst of een andersgelovige wordt uitgenodigd voor een gesprek op het podium. Of een wetenschapper als het gaat over evolutie, wat me een zéér goed idee lijkt.
Mehta was het meest gecharmeerd van de beroemde Willow Creek Community Church. Misschien is het logisch, maar hij lijkt sowieso een voorkeur te hebben voor laagdrempelige, ambitieuze kerken die actief een hand uitreiken naar buitenkerkelijken. Dat blijkt onder andere uit het feit dat hij een bekende predikant als Joel Osteen erg waardeert om zijn praktische boodschap waarin hij niet teveel smijt met bijbelteksten.

Mehta vergeet niet een persoonlijke noot aan het boek toe te voegen. Hij vertelt hoe hij opgroeide binnen de religieuze traditie van het jaïnisme en over het proces van zijn eigen 'ontkering' op 14-jarige leeftijd (respect!). Daarnaast geeft hij zijn eigen, atheïstische visie op belangrijke issues zoals de dood en de zin van het leven. Hij benadrukt dat het zijn eigen opvattingen zijn en dat ze een idee geven van de manier waarop een atheïst tegen zulke dingen aan kan kijken. Tegen het einde van het boek vertelt hij waarom het kerkbezoek hem niet heeft bekeerd en wat er wél nodig is om hem te laten geloven in God (ik verklap het alvast: een ondubbelzinnig wonder).

Als een terzijde vertelt Mehta dat hij wiskundeleraar is. Ik zou bijna positief over dat beroep gaan denken, want de schrijver blijft het hele boek lang intelligent, redelijk en respectvol. Hij blijft benadrukken dat hij een 'vriendelijke atheïst' is met zuivere motieven, en niet zo'n stereotype religiehater die overal een antwoord op denkt te hebben. Ik begon dat op een gegeven moment een beetje irritant te vinden, maar realiseerde me dat atheïsten in de VS het redelijk zwaar te verduren hebben: ze zijn er volgens een onderzoek de meest gewantrouwde minderheid.

De enige keer dat Mehta wat scherper wordt, is wanneer hij vertelt hoe hij door evangelist Kirk Cameron (ja, die knaap van Full House) op de radio in de val wordt gelokt. Zelfs nadat Mehta de hoorn op de haak heeft gelegd, wordt hij door de talkshow hosts "fool" genoemd, "stony", niet "humble" en zijn hart "hardened". De belerende en ronduit agressieve praat van de twee bevestigt alleen maar dat zijn atheïstische opstelling veel minder vijandig is dan hun zogenaamd christelijke. Luister deel 1 hier (vanaf 38:30) en deel 2 hier (vooral rond 22:20!). Al aan hun site is na enig rondkijken te zien dat er met deze mannen geen redelijk gesprek te voeren valt.

Ik heb veel bewondering voor Mehta's initiatief en houding. Door het boek realiseerde ik me dat ik teveel bezig was met het bekritiseren van het christelijk geloof en vergat dat het uiteindelijk draait om kennisnemen en leren van elkaars standpunten (deze recensie is hopelijk een goed begin!). Omdat Mehta opgroeide als Jaïnist en al op jonge leeftijd religie de rug toekeerde, staat hij denk ik wat onbevangener tegenover het christendom. Met zijn boek heeft hij een hele originele manier gevonden om christenen en atheïsten dichter bij elkaar te brengen. Ik stem daarom in met Kirk Camerons compliment(!) dat hij een "'A' for creativity" verdient.

Het boek is interessant voor iedereen die geïnteresseerd is in levensbeschouwing en samenleving, maar vooral voor christenen die a) meer over atheïsme willen weten en b) willen proberen agnosten en atheïsten de kerk in te krijgen. Het leest lekker weg. Misschien wel té lekker, want ik had wel wat pittiger stellingnames en diepere discussies willen zien. Maar ach, dat zou niet helemaal bij Mehta's tactiek van laagdrempelige toenadering passen.
Te leen bij mij of voor een goede prijs te koop op, jawel, eBay.

12-04-2008

Een geschiedenis van zin

Hoewel ik A Short History of Myth al ééuwen uit heb, wil ik het prettige boekje –geschreven door Karen Armstrong, ex-non en veelgeprezen auteur– toch nog even recenseren.

In 149 bladzijden geeft Armstrong een vlot geschreven, maar tamelijk oppervlakkig overzicht van het ontstaan, de ontwikkeling en de thema's van mythes, te beginnen bij de steentijd. Ze hebben volgens de schrijfster een duidelijke functie: mensen een leidraad bieden voor het leven, ze veranderen en dieper inzicht geven over het bestaan. Een mythe moet zeggingskracht blijven houden in het dagelijks leven om 'waar' te blijven. Mythologie is volgens Armstrong geen escapisme, maar confronteert mensen juist met zaken als de dood, de laatste grote initiatie in een mensenleven.

Het is mooi om te zien hoe mythes de belangrijkste zorgen van de tijdperken van jacht, landbouw/veeteelt en stadsleven weerspiegelen. Waar de mythes van dat eerste stadium over de afhankelijkheid van de jacht gingen, benadrukte de tweede het belang van een goede oogst. In de stedelijke mythes was de natuur minder belangrijk, maar speelden de stad en haar inwoners een grotere rol. Waar eerst nog de dood als grootste vijand werd gezien, was dat nu maatschappelijke onrust en chaos. De stedelijke hiërarchie vond zijn weg naar de mythes. Het resultaat: een pantheon van mindere en hogere goden, als een raad, of een koninklijk hof*.

Armstrong gaat daarna in op de zogenaamde 'axial age'. Rond de achtste eeuw voor Christus staan in 4 regio’s in de wereld profeten en wijzen op die een nieuw religieus tijdperk inluiden. Dit leidde tot nieuwe levensbeschouwelijke systemen: het Confucianisme en Taoïsme in China, het Boeddhisme in India, het monotheïsme in het Midden-Oosten en het Griekse rationalisme in Europa. Die legden de nadruk op het individuele geweten en moraliteit. Volgens de auteur gebeurde dit allemaal omdat mensen zich bewust werd van "hun natuur, situatie en beperkingen". Bij zoiets wreekt de bondige verteltrant van Armstrong zich. Zo'n stelling roept vragen op en schreeuwt om een toelichting, maar ze voorziet het slechts van een bronvermelding.

Vooral als het gaat over de steentijd vraag je je als lezer weleens af hoe de schrijfster bepaalde dingen weet. Veel ervan moet speculatie zijn, aangezien er weinig eenduidige bronnen uit die tijd bestaan. De theorie over het ontstaan van het idee van een bloeddorstige moedergodin komt over als invulkunde (in het kort: jagers zouden tijdens hun gevaarlijke werk een wrok gaan koesteren jegens moeder de vrouw en dat vertalen naar het beeld van een veeleisende en bloeddorstige moedergodin). Waar komt zo'n idee vandaan? Misschien is het ontsproten uit modern antropologisch onderzoek, maar dat blijft slechts gissen voor de lezer.

Armstrong is niet positief over onze tijd. We teren nog steeds op deels 'verouderde' mythes die in de axial age zijn ontstaan en zijn daarnaast bezig de wereld in rap tempo te de-mythologiseren met ons wetenschappelijke en pragmatische denken. Waar logos (ratio) en mythos elkaar eerst aanvulden, is de eerste in onze cultuur gaan overheersen. De geseculariseerde mens heeft geen mythische helden meer waar hij zich aan kan spiegelen. Armstrong oppert dat het spirituele vacuüm gevuld kan worden door zingeving in/door literatuur en kunst. Een interessant idee dat het niet verdient om in slechts een paar bladzijden uit de doeken gedaan te worden.

Voor iemand met vergevorderde kennis van oude religies en mythologie is de inhoud van het boek bekende kost, maar déze jongen leerde veel nieuwe dingen. Waar ik nu goed van doordrongen ben is dat mythes áltijd gaan over wat mensen bezighoudt of -hield, zoals confronterende zaken als de dood en de wereld met z'n eigen ritmes en wetten. Ook kwam ik er achter dat de intrigerende theorie van het 'oorspronkelijk monotheïsme', dat mogelijk aan het animisme en polytheïsme voorafging, ook buiten christelijke kring bestaat (Armstrong betoogt wel dat die eerste 'sky god' erg abstract was en voortkwam uit ontzag voor de schijnbaar onveranderlijke hemel).

Gelovigen die hun religie een bepaalde exclusieve status toekennen, zullen het maar niets vinden dat Armstrong ook hun geloof een plaats geeft in een evolutie van denkbeelden. Ook het idee dat mythes, als afspiegeling van reëele ervaringen en noden, een door en door menselijk product zijn, zal hen niet bevallen. Toch raad ik ook hen dit boek aan. Want wat is er nu interessanter dan te lezen over de oorsprong van de verhalen die je leven zin geven, en te ontdekken dat je een wezenlijke band hebt met álle andere gelovigen op de wereld?

______________
* zie Psalm 82 voor een bijbels restant van zulk henotheïsme

30-01-2008

Geschuifel en geblader

Het is best druk in de kleine boekwinkel. Achter me bladert een vrouw in een boek, ondertussen amechtig ademhalend. Zou ze iets aan haar longen hebben?

De forse man die nu rechts van me staat, wil niet aan de kant voor de andere, kleinere man. Die wurmt zich er dan toch maar langs, wat hem op een geïrriteerde blik komt te staan. Tja, als het niet goedschiks kan... Ik ben benieuwd wat het meisje aan de overkant van de gestapelde boeken leest, maar kan het net niet zien. Ach, laat ook maar, ze loopt nu toch naar buiten. Een oudere man schuifelt voorbij; zo te ruiken is zijn douche het minst gebruikte sanitair in huis. De stereotype kluizenaar met boeken als enige vrienden?

Zelfs in de trein ben ik niet zo close met volslagen vreemden, ook al zitten we daar zij aan zij. Als ik niet weg zit te dommelen, overstemmen herrie, boek, krant of mp3-speler al het andere. En dat is maar goed ook. Hier is het anders. In knusse boekwinkels als deze mogen dan wel een hoop interessante boeken om mijn aandacht vechten, maar er heerst een eerbiedige stilte. Bovendien is tijdens het rondschuifelen de ruimte beperkt, wat om de nodige alertheid vraagt. Eigenlijk wordt deze winkel iets te druk bezocht voor z'n formaat.

Ik sta al bijna een uur rond te kijken. Boeken zijn fascinerend, maar er zijn grenzen. Straks beginnen ze zich achter de kassa nog af te vragen wat die rare snuiter hier zo lang doet. Bovendien is het al aan het schemeren en heb ik geen fietslampjes bij me. Met een vage koppijn van het lezen van ontelbare achterflappen ga ik weer naar huis. Op de fiets heb ik alleen nog boeken in mijn achterhoofd. De mensen ben ik alweer vergeten.

_________________
Bij Kok Antiquariaat aan de Oude Hoogstraat, midden in het centrum van Amsterdam, is het lekker neuzen op de eerste verdieping; niet heel goedkoop, maar goed aanbod. Het Martyrium aan de Van Baerlestraat heeft veel ramsj op het gebied van wetenschap, literatuur en kunst. Kijk op de site! Op het eveneens Amsterdamse Koningsplein vind je Selexyz Scheltema, een waar boekenpaleis met vijf verdiepingen, 125.000 titels en een grote nieuwe ramsj-afdeling op de tweede etage; vraag de ramsjkrant aan!

Wil je mensen geheel ontwijken? Dan is online prijsstunter Bol.com ideaal. Levert snel, ook veel import, maar kijk eerst ook even op eBay.nl, nadat je een PayPal-account hebt aangemaakt. Engelstalige boeken die hier 25 euro kosten, haal je voor de helft in de VS. Inclusief verzending! En de dollar blijft zakken...

Als jij nog tips hebt, hoor ik het graag!


16-07-2007

Wandeling door de wereld

Mijn missie: weer regelmatig boeken lezen en ze vervolgens bespreken op mijn blog. De aftrap: een dun, toegankelijk exemplaar van 177 pagina's. Ik moet érgens beginnen.

Zoals veel populair-wetenschappelijke publicaties van tegenwoordig is ook The Path - A One-Mile Walk Through the Universe smaakvol vormgegeven. De auteur, Chet Raymo, is professor emeritus in de natuurkunde en astronomie aan Stonehill College in Massachusetts. Al veertig jaar loopt hij bijna elke dag een mijl van zijn huis in North Easton naar zijn werk. Onderweg passeert hij onder meer een bos, weilanden en een beekje. Die dagelijkse mijl vormt voor hem een aanleiding om over onderwerpen als ijstijden, tuinontwerp, sterren, DNA, literatuur en plantensoorten te schrijven. Want, zo stelt Raymo, "elke kiezel en wilde bloem heeft een verhaal te vertellen." De kiezel op zijn pad was ooit onderdeel van een berg die omhooggestuwd werd toen de continenten tegen elkaar botsten. Langs de kant groeit de grote kattenstaart, een sierbloem uit het 19e-eeuwse Europa, die, eenmaal naar het uitgestrekte Amerika gebracht, zich oncontroleerbaar verspreidde. Alles, hoe klein of alledaags ook, heeft een verhaal.

Raymo's schrijfstijl is af en toe erg romantisch. Lyrische zinnen in de trant van 'de vlinders dartelden gracieus in het gouden ochtendlicht boven het rustiek kabbelende water' komen íets te vaak voor. Het is begrijpelijk: hij houdt zielsveel van de natuur én poëzie. Het is eens wat anders dan het fantasieloze geschrijf van veel wetenschappers. Raymo ontpopt zich in zijn boek als een echte naturalist, in de beide Engelse betekenissen van het woord: een natuuronderzoeker en een aanhanger van het naturalisme. Hij schrijft: "Vroeg in de 21e eeuw lijkt het oude onderscheid tussen materie en geest irrelevant. (...) Materie heeft zich [in nieuwe theorieën] ontpopt als als iets met een verbazingwekkende, bijna immateriële subtiliteit." Als voorbeeld noemt hij helium en waterstof, die in de Big Bang ontstonden en het enorme potentieel hadden om complexe structuren en andere elementen te vormen.

De rode draad van het boek is dat in het kleine het grote schuilt. Enkele passages: "[natuuronderzoeker Gilbert White] wist dat het enkele het alles bevat [en] leerde ons te begrijpen dat we deel uitmaken van het web." Anders gezegd: het complexe bouwplan van de wereld tref je net zo goed aan in een insect als in een heelal vol sterrenstelsels. Al het leven, inclusief de mens, is verbonden door een "heilig web", zoals Raymo het zelfs noemt. Bijna religieuze uitspraken, maar hij laat zien dat ze het logische gevolg zijn van het bestuderen van de wereld om ons heen. Elders quote hij de beroemde Thomas Huxley om een ander belangrijk punt te maken: "Tot in de kern van zijn wezen is de mens één met de rest van de organische wereld." Volgens Raymo moet de mens, als deel van een "continuïteit die groter is dan hemzelf", in harmonie leven met de wereld om hem heen. Maar om dat te kunnen, moet hij de natuur wel begrijpen.

Dat kan volgens Raymo het best door met een wetenschappelijke, onderzoekende blik naar de wereld te kijken. Want, zo zegt hij, "dan zien we de dingen zoals ze zijn, niet zoals we ze zouden willen zien". Het houdt ook de gedachte in dat we de complexiteit van de natuur kunnen ontrafelen, bijvoorbeeld om milieuproblemen en andere gevaren het hoofd te kunnen bieden. Maar de eerdergenoemde diepe band die we hebben met de rest van de natuur vraagt om meer: altruïsme ten opzichte van "planten, dieren, zelfs microben". Raymo's ideale toekomstbeeld is een getemde natuur, eventueel met genetisch gemanipuleerde planten en dieren, een Hof van Eden waarin beschaving en wildernis met elkaar zijn vervlochten. Volgens hem zit ons verlangen naar zo'n Utopia in onze genen.

Droomt deze man van de wetenschap niet wat veel? Misschien, maar zoals hij zelf aan het eind van zijn boek zegt, worden de Verlichting, met z'n vertrouwen dat de menselijke geest de natuur kan doorgronden, en de Romantiek, met z'n overtuiging dat al het leven een wonder is, in zijn ideaal verenigd. Ik vind het een mooie combinatie, die alleen maar tot goede dingen kan leiden: meer onderzoek en ontdekkingen, met respect voor alle levende wezens. Een passend slot voor een origineel en laagdrempelig boekje, waarin Chet Raymo tenminste één doel bereikt: de lezer bewuster maken van het grotere geheel waartoe hij of zij behoort. Een aanrader!

_____________
Klik hier voor de dingen uit het boekje die ik nog niet wist of waarop ik opnieuw gewezen moest worden. Inclusief Raymo's reactie op een hardnekkig misverstand over evolutie.
De aangehaalde passages in deze recensie zijn vrij vertaald vanuit het Engels.

17-06-2007

Klein aber fabelhaft

Ik hou van grappige, volstrekt nutteloze boekjes. Niet dat ik er veel van heb, maar een paar maanden geleden kocht ik er twee. Hieronder een korte beschrijving.

De kans dat ik in een situatie terecht kom waarin ik de SAS Survival Guide van John 'Lofty' Wiseman nodig heb, is heel erg klein. Echt avontuurlijk ben ik namelijk niet. Tenminste, niet in de zin van 'met-tent-en-zakmes-de-wildernis-in'. Toch is het interessant om te lezen wat je moet doen als je bent gebeten door een giftige slang, hoe je het beste een zinkend schip verlaat, hoe je eetbare planten vindt, hoe je de weg vindt met behulp van de sterren en hoe je een geschikte landingplaats maakt voor een helikopter. Kortom, kennis die alleen een ex-instructeur van de Britse commando's zoals Wiseman in huis heeft.

Wist je dat je een zeemeeuw kunt vangen door een in voedsel verpakte steen omhoog te gooien, zodat de hongerige vogel jammerlijk neerstort? Of dat je de Heimlich-greep bij jezelf kunt toepassen met een boomstronk of stoel (is vast pijnlijk)? Of dat je een piloot duidelijk maakt dat je medische hulp nodig hebt door uitgestrekt op de grond te gaan liggen? De hoeveelheid info in dit boekje is bijna vermoeiend, zodat eigenlijk alleen af en toe bladeren leuk is. Maar bij het lezen van alle ramp-, survival- en reddingscenario's bekruipt me toch de gedachte: Wat Als? Ik denk dat ik het boekje deze week toch maar meeneem naar Zwitserland... Je weet maar nooit.

Waar het vorige drukwerk nog mogelijk enig praktisch nut heeft, is Tokyo: a certain style van Kyoichi Tsuzuki niets meer of minder dan een salontafelboek in pocketformaat. Schrijver en fotograaf Tsuzuki maakte 400 foto's van ruwweg 100 miniscule appartementen in Tokio. Wat bijna al deze woningen gemeen hebben, is dat ze a) klein, en b) een teringbende zijn, excuse my French. De eigenaars zullen er vast orde in zien, maar ik zou niet in sommige volgestouwde appartementjes kunnen wonen. Zelfs mijn studentenhok lijkt een vliegtuighangar vergeleken met sommige woningen. De reden dat ze zo klein zijn, is dat de prijs per vierkante meter woonruimte in Tokio enorm hoog is. Het gevolg is dat men de weinige ruimte creatief moet indelen.

Het leukst aan de foto's zijn de typisch Japanse elementen: de rieten tatami-matten, de doorschijnende schuifdeuren (fusuma), of de lage zitkussens op de grond. Veel kamers zien er echter gewoon westers uit. Echt reprentatief zijn ze niet: de schrijver heeft alleen woningen van artistieke en/of intellectuele types vastgelegd. Het commentaar bij de plaatjes is vaak wat flauw en cheesy, maar het was vast lastig voor Tsuzuki om steeds weer iets gevats te bedenken. Het belangrijkste effect van Tokyo is dat je na vijf minuten bladeren denkt: 'Waar ben ik in vredesnaam mee bezig? Sinds wanneer is kijken naar andermans inrichting interessant?' Helaas is het boekje zo slecht gebonden dat het nu al uit elkaar valt.

____________
SAS Survival Guide kocht ik bij boekhandel Scheltema.
Tokyo: a certain style vond ik op de vrijdagse boekenmarkt op het Spui in A'dam.